Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Studentenalmanak 1958 - pagina 235

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Studentenalmanak 1958 - pagina 235

2 minuten leestijd

genoemde vergadering in maart 1949 betoogde, dat een niet-

Moslim zelfs wel hoofd van de staat zou kunnen zijn. ^)

Met een zekere spanning volgt men daarom de gang van zaken bij

het tot stand komen van de constitutie i") om te zien in hoeverre

dergelijke gedachten inderdaad werden aanvaard.

Naar te verwachten was, trachtte men van meetaf de grondwet

een Islamietisch karakter te geven. Dit kreeg tijdens de debatten

op bepaalde punten zelfs nog meer accent, dan eerst de bedoeling

was. Zo werd aanvankelijk voorgesteld, dat de naam van de nieuwe

staat eenvoudig Pakistan zou zijn, maar november 1953 werd

uitdrukkelijk bepaald, dat deze zou luiden: de Islamietische Repu-

bliek van Pakistan. Wel verklaarden, toen de definitieve redactie

van de grondwet aan de orde kwam (februari 1956), de Hindu- en

Christen-afgevaardigden zich tegen deze benaming, maar zij werd

niettemin met 47 tegen 22 stemmen gehandhaafd. Tegen de gedachte

van de eerste minister in, werd ondanks oppositie vastgesteld,

dat het hoofd van de staat een Moslim zou moeten zijn. Aanvankelijk

was ook de eed, die deze bij zijn ambtsaanvaarding zou moeten

afleggen, in zulke termen gesteld, dat alleen een Moslim deze zou

kunnen uitspreken, maar later werd hiervoor een formule gekozen,

waarmee ook een niet-Moslim zou kunnen instemmen. De hoofden

van de provincies echter konden ook niet-Moslims zijn.

Voorts kwam de vraag aan de orde, hoe de positie van de niet-

Moslims in Pakistan gezien moest worden, wanneer men uitging

van de gedachte, dat de Moslims een apart volk zijn en de niet-

Moslims daarvan derhalve geen deel kunnen uitmaken. Men be-

toogde nu, dat onderscheid gemaakt moest worden tussen volk en

nationaliteit, de niet-Moslims en de Moslims vormden weliswaar

niet één volk, maar beide hadden wel één nationaliteit en waren

wel burgers van één staat. Stellig is deze opvatting niet in over-

eenstemming met de twee-natie theorie zoals Jinnah die ontwikkeld

had, maar zij bood wel een geschikte uitweg uit de impasse, waarin

men door de praktijk geraakt was. i^)

») The Muslim World, 1956, p. 42.

1") Verg. Constitutional Assembly of Pakistan. Debates. Official Reports.

Een uitstekende samenvatting in: The Muslim World 1956, pag. 40-60, 144-156,

253-271.

" ) Keith Callard a.w. p. 236. Verg. ook: Quald-i-Azam and the electorate

issue. The two nation theorie. Z.j. p. 6. Suhrawardi, The principle of electorate.

1956.

218

*

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1958

Studentenalmanak | 378 Pagina's

Studentenalmanak 1958 - pagina 235

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1958

Studentenalmanak | 378 Pagina's