Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Studentenalmanak 1958 - pagina 261

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Studentenalmanak 1958 - pagina 261

2 minuten leestijd

hoe glanzen je ogen vanavond

hoor

de wijzen praten

hoor ze redeneren

kijk

het ventje met de zeis

wacht op wijzen

wacht op dwazen

hoe fonkelt de wijn o

hoe glanzen je ogen vanavond.

Ill

Een jongen in rok liep in de nacht op een afstand gevolgd door een

trieste hond. De jongen lachte en ging door een plas; een water-

straal schoot op in zijn broek. Hij bleef staan en wreef met beide

handen zijn broekspijp stevig langs zijn been - zo, weer droog.

Achter zich hoorde hij een zacht getik en omziend zag hij de

hond. Zijn gezicht werd zo mogelijk nog vrolijker als bij een blijde

gedachte en hij vroeg het dier dichterbij te komen. De hond bleef

staan en rilde een beetje, zodat er wat druppels van hem afvielen

en toen de jongen naar hem toe ging begon zijn staart zwakjes

te kwispelen. Hij was nog steeds een droeve hond en hij hield

zijn ene voorpoot een stukje van de grond en likte er aandachtig

aan.

Wat ik hier vertel is in Amsterdam gebeurd en wat hier volgt zou

je in Nederland voor onmogelijk houden, maar de jongen hurkte

neer en gaf de hond twee kussen - één op de poot, één op de kop

- een gebaar, ontbloot van alle plichtmatigheid, want toen hij op-

stond lachte hij er om dat een van zijn rokstaarten in de plas had

gelegen waar hij even tevoren doorheen was gelopen. Een ge-

duldig luisterende hond naar wat de jongen zei over dankbaar-

heid en over hoe het geweest zou zijn ais hij niet in dat portaaltje

had liggen slapen. Hij bleef droef kijken en likte aandachtig aan

zijn poot. De jongen haalde een zakdoek te voorschijn en bond

die stevig om de wond. De hond jankte maar liet zijn poot rustig

liggen in de handen van de ander. De jongen stond op, wrong

zijn rokstaart uit, klopte de hond op de kop en liep lachend met

snelle passen naar huis.

De hond keek even op en begon voorzichtig te lopen. Na tien

stappen was de zakdoek een kluit modder.

242

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1958

Studentenalmanak | 378 Pagina's

Studentenalmanak 1958 - pagina 261

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1958

Studentenalmanak | 378 Pagina's