Studentenalmanak 1958 - pagina 260
schijnlijkheid van het verhaal was hij geen gekruiste bastaard,
maar een keurig beest: hij zat goed in zijn vel, zijn neus had de
goede kleur en was, voorzover ik het kon beoordelen van die
vochtigheid, die alleen de neuzen van gezonde honden hebben.
Hij liep wat rond te scharrelen en wat heen en weer te lopen en
zoals dat bij een hond gaat: bij iedere stap tikten de nagels van
zijn poten tegen de stoeptegels. De straatlantarens brandden om
de andere zodat hij zich vrijwel voortdurend in het donker be-
woog - een zwarte vlek die een beetje glom. Het droevigste van
alles nu was - ik wil niet grappig zijn - dat hij geen ogenblik bleef
staan om naar hondenaard zijn poot op te lichten, en ik vroeg
mij ook af of hij een verdrietige hond was, hoewel ik weet dat
honden niet wijs genoeg zijn om verdriet te hebben.
II
Een auto gleed van het midden van de straat naar de rand van de
stoep, bracht met zijn wielen ruisend een plas in beweging in de
goot en hield voorzichtig stil. Iemand in rok stapte uit, liep om
de wagen heen en opende aan de andere kant een portier. Naar
buiten kwam een meisje dat haar avondjurk strak om haar benen
hield om hem niet te bevuilen aan de natte straat. Ze was wel
lief om te zien, een beetje klein. Ze wisselden een paar woorden
met de twee die in de auto achterbleven en de jongen liet de
deur met een bonk in het slot vallen en de motor die was blijven
lopen trok de wagen met wielgeplas soepel uit de goot. De rus-
tige rode achterlichten verdwenen om de hoek. De jongen ging
het meisje voor in het portaaltje van haar huis.
Ze struikelde tegen hem aan en piepend schoot een donkere vlek
rakelings langs hen heen naar buiten. Vanzelfsprekend schrokken
zij en daarna lachten zij vanzelfsprekend. Toen merkte zij dat hij
haar nog steeds vasthield en dat zijn lach tegelijk iets aarzelends
en iets vragends had.
En ieder willekeurig voorbijganger in het volgend kwartier had,
indien hij wist dat het bestond, gedacht aan vlindermuziek en,
indien hij er niet mee op de hoogte was had hij er toch aan ge-
dacht en een passerend peinzer had misschien bij zichzelf ge-
zegd:
volg de oude khayyam
hoe geuren de rozen
hoe fonkelt de wijn o
241
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1958
Studentenalmanak | 378 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1958
Studentenalmanak | 378 Pagina's