Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Studentenalmanak 1958 - pagina 260

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Studentenalmanak 1958 - pagina 260

2 minuten leestijd

schijnlijkheid van het verhaal was hij geen gekruiste bastaard,

maar een keurig beest: hij zat goed in zijn vel, zijn neus had de

goede kleur en was, voorzover ik het kon beoordelen van die

vochtigheid, die alleen de neuzen van gezonde honden hebben.

Hij liep wat rond te scharrelen en wat heen en weer te lopen en

zoals dat bij een hond gaat: bij iedere stap tikten de nagels van

zijn poten tegen de stoeptegels. De straatlantarens brandden om

de andere zodat hij zich vrijwel voortdurend in het donker be-

woog - een zwarte vlek die een beetje glom. Het droevigste van

alles nu was - ik wil niet grappig zijn - dat hij geen ogenblik bleef

staan om naar hondenaard zijn poot op te lichten, en ik vroeg

mij ook af of hij een verdrietige hond was, hoewel ik weet dat

honden niet wijs genoeg zijn om verdriet te hebben.

II

Een auto gleed van het midden van de straat naar de rand van de

stoep, bracht met zijn wielen ruisend een plas in beweging in de

goot en hield voorzichtig stil. Iemand in rok stapte uit, liep om

de wagen heen en opende aan de andere kant een portier. Naar

buiten kwam een meisje dat haar avondjurk strak om haar benen

hield om hem niet te bevuilen aan de natte straat. Ze was wel

lief om te zien, een beetje klein. Ze wisselden een paar woorden

met de twee die in de auto achterbleven en de jongen liet de

deur met een bonk in het slot vallen en de motor die was blijven

lopen trok de wagen met wielgeplas soepel uit de goot. De rus-

tige rode achterlichten verdwenen om de hoek. De jongen ging

het meisje voor in het portaaltje van haar huis.

Ze struikelde tegen hem aan en piepend schoot een donkere vlek

rakelings langs hen heen naar buiten. Vanzelfsprekend schrokken

zij en daarna lachten zij vanzelfsprekend. Toen merkte zij dat hij

haar nog steeds vasthield en dat zijn lach tegelijk iets aarzelends

en iets vragends had.

En ieder willekeurig voorbijganger in het volgend kwartier had,

indien hij wist dat het bestond, gedacht aan vlindermuziek en,

indien hij er niet mee op de hoogte was had hij er toch aan ge-

dacht en een passerend peinzer had misschien bij zichzelf ge-

zegd:

volg de oude khayyam

hoe geuren de rozen

hoe fonkelt de wijn o

241

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1958

Studentenalmanak | 378 Pagina's

Studentenalmanak 1958 - pagina 260

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1958

Studentenalmanak | 378 Pagina's