Studentenalmanak 1958 - pagina 234
zullen krijgen, welke plaats zullen temidden van dit volk dan de
niet-Moslims innemen? Zullen zij niet beschouwd worden als
burgers van de tweede rang? Zal hun positie niet zo zijn, dat zij
hoogstens geduld worden, maar nimmer opgenomen worden als
volwaardige leden van de volksgemeenschap?
Deze vragen werden bepaald brandend toen hetgeen de Moslims
voorstonden inderdaad verwerkelijkt werd en de 15de augustus
1947 de zelfstandige staat Pakistan tot stand kwam, omvattend
het noordelijk gedeelte van het voormalige Brits Indië en de ooste-
lijke helft van de vroegere provincie Bengalen, met een totaal
aantal inwoners van omstreeks 76 millioen mensen. Deze waren
echter lang niet allen Moslims, zeker veertien procent van de be-
volking hing een andere religie aan. Volgens de census van 1951
woonden er toen de volgende minderheden in Pakistan: 10 millioen
Hindus, vijf en en een half millioen Christenen, 319 duizend Bud-
dhisten en 5 duizend Parsis. ^)
Jinnah, die zich tot nog toe slechts sporadisch over de zo juist
genoemde vragen had uitgelaten, verklaarde thans uitdrukkelijk,
dat het volstrekt niet de bedoeling was, dat de minderheden
burgers van de tweede rang zouden worden, maar integendeel,
dat allen van welke religie ook, gelijke rechten zouden hebben
en zich gelijkelijk zouden kunnen ontplooien en ontwikkelen
naar hun eigen inzichten om zo bij te dragen tot de welvaart van
het geheel. Bij de opening van de vergadering, die de constitutie
zou opstellen, verklaarde hij: ,,Wanneer gij tezamen werkt in
zulk een geest dat ieder, ongeacht tot welke gemeenschap hij be-
hoort, ongeacht wat zijn kleur, kaste of geloof is, zich voor alles
burger weet van deze staat met gelijke rechten privileges en
verplichtingen, dan zal er geen eind zijn aan de vorderingen die
gij zult maken. Gij zijt vrij te gaan naar uw tempels, naar uw mos-
keeën of welke andere plaats van aanbidding ook. Gij moogt be-
horen tot welke religie, kaste of geloof ook, dat is de zaak van de
staat niet. Wij beginnen met dit fundamentele principe, dat wij
allen burgers en gelijke burgers van een staat zijn". ^)
In gelijke geest liet zich ook de eerste minister van Pakistan,
Liaquat Ali Khan, uit, toen hij tijdens een zitting van de zo juist
') Keith Callard. Pakistan, a political study. London 1957, p. 232.
*) Quaid-i-Azam speaks. Karachi z.j. p. 9-11.
217
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1958
Studentenalmanak | 378 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1958
Studentenalmanak | 378 Pagina's