Studentenalmanak 1958 - pagina 240
,,Zij kwam nu bij het gedeelte over het grote, overweldigende wonder, en een
grote blijdschap kwam over haar. Haar stem klonk als metaal, verrukking en
blijdschap gaven haar kracht. De letters warrelden voor haar blik, doordat het
donker werd voor haar ogen, maar ze kende dat gedeelte uit het hoofd. Bij
het laatste vers; ,,Kon Hij, die de ogen des blinden geopend heeft. . . ." drukte
ze met gebogen hoofd hartstochtelijk en vurig, twijfel, verwijt en afkeuring
van de ongelovige blinde Joden uit, die straks als door de bliksem getroffen
zouden neerknielen, snikken en geloven . . . . En hij, hij was ook een blinde,
een ongelovige; hij zou ook dadelijk horen en geloven. Ja, ja! nu dadelijk,
kwam het in haar op, en ze beefde van blijde verwachting."
Deze goddelijke kracht van leven moet doorwerken, geleidelijk en
en onvi^eerstaanbaar. Raskolnikow ligt in zijn cel. Onder zijn kussen
ligt het Nieuwe Testament. Hij had het nog nooit geopend.
,,Hij deed het ook nu niet open, maar een gedachte vloog door zijn hoofd.
Haar overtuiging moest ook zijn overtuiging worden! Ten minste haar gevoelens,
haar streven . . . .
Zij was eveneens die dag bijzonder opgewonden en werd 's nachts zelfs weer
ziek. I^aar ze was zo gelukkig, dat ze bijna schrok van haar geluk. Zeven jaren,
maar zeven jaren!
In het begin van hun geluk waren ze soms geneigd om die zeven jaren te be-
schouwen als zeven dagen. Hij bedacht niet eens dat hij dat nieuwe leven voor
niets zou krijgen, dat hij er dus voor zou moeten betalen, met een toekomstige,
verdienstelijke dood . . .
Maar hier begint al een nieuw verhaal, het verhaal van de geleidelijke herleving
van een mens, van zijn geleidelijke wedergeboorte, van de geleidelijke over-
gang uit de ene wereld in de andere, van zijn kennismaking met een nieuwe,
voor hem volkomen onbekende werkelijkheid.
Dostojewski ziet de verlossing door Christus vooral vanuit het
gezichtspunt: dood en leven. Zonde is primair bij hem in de ont-
bindende macht van de dood zijn en verlossing is gestuwd worden
door de levenwekkende kracht van Christus.
De grote aanvechting is daarom ook telkens weer: de realiteit van
de dood.
Er is een schilderij, dat in ,,De Idioot" een grote rol speelt. De
kruisafname van Christus, door Holbeingeschilderd. Prins Myschkin
zegt daarbij: ,,Weet je, dat een gelovige bij de beschouwing daarvan
zijn geloof zou kunnen verliezen?"
Myschkin is een gelovige. Hippolyte, uit datzelfde boek is het niet.
In zijn koortsdromen ziet hij het schilderij.
Het gelaat van Christus was op het schilderij verminkt van de slagen, opge-
zwollen, vol bloedige plekken, de ogen wijd geopend, de pupillen staan gedraaid,
de grote open witte oogballen glinsteren met een soort dode glazen glans.
223
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1958
Studentenalmanak | 378 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1958
Studentenalmanak | 378 Pagina's