Studentenalmanak 1958 - pagina 242
de nobele mens zou zijn. In ,,De gebroeders Karamazow" ontmoeten
we de benauwende dialoog tussen Iwan en de duivel, waarbij we
nooit zeker weten of het een dialoog is of wellicht een monoloog
tussen Iwan en zijn diepste gedachten. In dit gesprek zegt Satan:
Ik w^as aanwezig op het ogenblik van de kruisiging en opstanding, en
ik hoorde, hoe alle cherubijnen en serafijnen zongen ,,Hosannal" H e t was
zo'n v e r r u k k i n g , dat hemel en aarde t r i l d e n . En ik moet eerlijk bekennen, dat
ik zelf ook lust kreeg om hosanna t e zingen. H e t was al bijna op mijn lippen.
Je weet, dat ik erg gevoelig ben, dat is mijn ongeluk, maar mijn nuchter verstand
— o, dat is ook een ongeluk van mijn natuur — heeft me weerhouden en ik
heb het moment voorbij laten gaan".
Hier belijdt D. zijn Heiland.
Soms spreekt D. over Christus als ideaal-mens; dan weer als de
personificatie van het ware, goede en schone: Begrippen als recht-
vaardigmaking, verzoening, voldoening blijven bij D. uiterst vaag.
Maar de doorgaande lijn bij hem is de belijdenis van Christus ais
Levensvorst.
Een laatste vraag is: wat is voor Dostojewski het Christen zijn?
Dus: hoe werkt zich het nieuwe leven uit in de gelovige. Er is
zeker een lijn bij D., die alle nadruk legt op Gods overweldigende
genade voor verworpenen, hoeren, dronkaards, misdadigers.
Een accent, dat soms zó zwaar is, dat de positiviteit van Christelijk
leven schijnt te verdwijnen.
Maar een andere lijn is veel duidelijker.
Sonja staat op de grens. Zij is prostitué uit armoede. Maar het stof
van haar beroep heeft haar innerlijk nooit geraakt. Het is lijden,
dat ze in geloof draagt, in een bijna argeloos geloof. Maar er zijn
andere figuren. Myschkin, de ,,idioot", die Christus transparant
moet maken, stelt Hippolyte voor de eis van nederigheid en liefde:
,,ga aan ons voorbij en benijdt ons niet ons geluk". Alleen als God
niet bestaat is alles geoorloofd.
Er moet in het aards bestaan althans iets van liefde geweest zijn,
anders wacht ons de hel.
In een notitie schrijft Dostojewski:
,,Wat is de hel ? Een marteling, omdat men niet in staat is om lief t e hebben".
,,Eén keer in het eindeloze zijn, dat noch met t i j d noch met r u i m t e gemeten
kan w o r d e n , was de mens de mogelijkheid gegeven om t e voelen wat liefde is.
Slechts éénmaal was hem een ogenblik gegeven liefde t e voelen, dat ogenblik
is zijn wereldse leven. En wat heeft de mens in dat ogenblik gedaan ? Hij weiger-
de dat kostbaarste geschenk, hij schatte het niet, hij bespotte het en bleef
225
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1958
Studentenalmanak | 378 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1958
Studentenalmanak | 378 Pagina's