Studentenalmanak 1958 - pagina 244
„ O n h e i m e l i j k is het leven' Maar wat geeft het, dat ik t w i n t i g jaar lang daar
in de Siberische ertsmijnen met de hamer kloppen zal — dat verschrikt mij nu
met meer' Ik vrees heel wat anders en dat is mijn enige grote angst, ik vrees
en ben bezorgd, dat de in mij opgestane mens mij weer verlaten zal'
Men kan ook daar in de ertsmijnen onder de aarde in zo'n dwangarbeider
en moordenaar naast zich een menselijk hart vinden en men kan hem daar
nadertreden, want ook daar kan men leven, heven en lijden In deze dwang-
arbeider kan men immers het bevroren hart weer t o t leven wekken, jarenlang
kan men hem verzorgen en eenmaal zal men de ziel uit het donkere hol t o t het
licht omhoogtrekken en dan zal hij reeds een veredeld mens zijn, een mens
met de zienswijze van een martelaar
Ja, zo kan men engelen weer op doen staan en helden weer t o t leven w e k k e n '
En zo zijn er toch zo velen daar onder de aarde, honderden, en w i j allen hebben
schuld voor hen' Waarom droomde ik toen van het ,,kindeken", waarom |uist
op dat ogenblik? ,.Waarom is het kindeken a r m ' " Dat was een openbaring
op dat ogenblik voor het ,,kindeken" zal ik gaan' Want allen zijn voor alle
schuldig! Overal zijn er zulke ,kmderkens", want er zijn toch alleen maar kleine
en grote kinderen A l l e n zijn zo een ,,kindeken" En zo ga ik dan voor allen,
want er moet toch ergens iemand zijn, die voor allen gaat' Ik heb mijn vader
niet gedood, maar ik moet gaan Ik neem het op mij i Dat alles is mij eerst hier
opgegaan hier tussen de naakte wanden Maar er zijn er daar toch zovelen,
bij honderden zijn ze daar onder de aarde en allen hebben zij een houweel m
de hand O ja, ik weet het, w i j zullen m de ketenen gaan, en w i j zullen geen
vrije w i l meer hebben, maar daar in onze grote ellende zullen w i j opnieuw
t o t vreugde herrijzen, t o t vreugde, want zonder vreugde is het de mens on-
mogelijk om te leven, even zo min als God zonder haar kan zijn, want God
geeft de vreugde, dat is Z i j n grote Privilegium God, mijn God, verzucht de
mens m het gebed' Hoe zou ik dan daar onder de aarde zonder God kunnen
leven ' Rakitin liegt wanneer men God van de aarde verdrijft, dan zullen w i j ,
daar onder de aarde Hem w e l k o m heten' Voor een onderaardse dwangarbeider
IS het onmogelijk om zonder God uit t e komen Veel onmogelijker dan voor
een niet-dwangarbeider En dan zullen w i j onderaardse veroordeelden daar
in de Siberische schachten uit de ingewanden van de aarde een tragische hymne
van onze God zingen, van onder de aarde omhoog naar onze God, bij Wien de
vreugde is' Ach, leve God, en leve Z i j n vreugde' G o d ' Ik heb U l i e f "
Dimitn gaat naar Sibene om een kindje, dat huilde m de kou
HIJ moet iets doen om dat huilen te doen ophouden, om het te
verzoenen
Later staat Aljosja met een groep kinderen om het graf van een
jongen, die ze vroeger zo onbarmhartig geplaagd hebben Dan
zegt hij
,,Hier bij llusjas steen nemen wij afsche d van elkaar Laten w i j afspreken in
de eerste plaats nooit llusja te vergeten en ook elkaar niet En wat er later ook
met ons gebeuren moge, laten w i j , als w i j over t w i n t i g jaar elkaar weer ont-
moeten, denken aan de dag van de begrafenis van de arme jongen, die w i j vroeger
vervolgd hebben en met stenen gegooid en die w i j later liefkregen ."
227
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1958
Studentenalmanak | 378 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1958
Studentenalmanak | 378 Pagina's