Studentenalmanak 1959 - pagina 236
was geweest, dan zouden de Joden de Heer niet zo hebben mogen
toetakelen". Dat de Christusfiguur zo sterk op de voorgrond
trad en de Germanen hem als een God der hunnen beschouwden
— vergelijk b.v. de proloog van de Lex Salica, waar de zinsnede
voorkomt: Leve Christus die de Franken bemint — komt, omdat
deze voor hun veel grijpbaarder was dan de Vader en de Heilige
Geest, die niet op aarde gewandeld hadden en geen menselijk
leed hadden leren kennen. Van de Christusfiguur bezat men een
plastisch beeld. Hem slechts kon hun fantasie, die vol sagen en
verhalen zat, die van machtige koningen en helden wisten, wer-
kelijk schouwen. Men noemde Hem dan ook ,,druhtin" — het
Germaanse aequivalent van dominus —• de heer, die aan het hoofd
van zijn gevolg — Gefolgschaft — staat, de leider in de strijd,
de vorst die men ten volle vertrouwen kon, aan wie men zich vrij-
willig moest overgeven, die men daarom met gevouwen handen
— een typisch Germaans gebaar, dat het vertrouwen in iemand
symboliseert — moest naderen, die men moest liefhebben als zich-
zelf, een uitspraak die Alfred de Grote formuleerde naar het be-
kende; ,,Hebt U naaste lief als U zelf", een opdracht die voor de
Germaan vanzelf sprak, aangezien zijn naaste immers zijn sibbe-
genoot was!
Deze leidsman, deze druhtin, heette ook ,,Heiland", helende,
genezer van aardse pijn en bevrijder van dagelijkse zorg en moeite,
want hij was innmers in de plaats gekomen van de ,,Ans" der va-,
deren, die hun — men denke aan het bekende verhaal van de be-
kering van Chlodwig en aan het feit dat de Saksen pas nä hun
nederlaag tegen Karel de Grote tot het Christendom wilden
overgaan — vaak niet hadden kunnen bijstaan. Een Heiland dus
niet in de eerste plaats van de ziel, maar een helper in aardse be-
hoeften en nood!
De trouw waarmee de Germaan zijn heer aanhing, verplichtte
deze zijn volgeling te helpen, anders verliet deze hem. Maar ook
het omgekeerde was het geval. Indien de ,,Gefolgsmann" zijn
druhtin ontrouw werd, werd hij gestraft en moest hij boete doen,
moest hij het in de letterlijke betekenis van het woord weer goed
maken, welk feit wij op religieus gebied bij de gekerstende Ger-
maan terugvinden. De boetedoening die van origine dus ook
Germaans was, kende de katholieke kerk ook en vormde derhalve
weer een verbindende schakel tussen Germanendom en Christen-
dom. Opvallend echter is dat in de Germaanse rechtspleging de
220
j
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1959
Studentenalmanak | 372 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1959
Studentenalmanak | 372 Pagina's