Studentenalmanak 1959 - pagina 128
In het algemeen merkte de Senaat in dit schrijven op, dat Hij van
mening was, dat adviezen, door de Rector Magnificus aan de Rector
Corporis gegeven, hun karakter en advies verliezen, wanneer het,
na overwegen ervan, niet opvolgen van deze adviezen, achteraf
bestraft wordt. Tevens werd opgemerkt, dat de Senaat het be-
treurde, dat in het onderhavige conflict een rol hebben gespeeld,
uitlatingen van een direct bij de organisatie van de groentijd be-
trokken Corpslid, betreffende een bepaalde religieuze fundering
van de groentijd. Deze uitlatingen werden gedaan tegenover het
College van Tucht, en de Senaat stipuleerde dat Hij zich van meetaf
aan hiervan nadrukkelijk had gedistancieerd, waarom zij, naar zijn
gevoelen, geen factor meer haden mogen zijn.
Ten aanzien van de beslissing van de Academische Senaat zelve,
merkte de Senaat op, dat deze Hem temeer had verrast, daar de
laatste groentijd in grote lijnen aansloot bij de traditionele groentijd
van het Corps.
Voorts drukte de Senaat er zijn spijt over uit, dat de beslissing
van de Academische Senaat de indruk wekt, dat slechts het licha-
melijk aspect van de groentijd in het oog wordt gevat, beoordeeld
vanuit enkele incidenten, en dat van daar uit het studentenleven
in het algemeen, en het Corps in het bijzonder werden beoordeeld
met de criteria christelijk en onchristelijk.
Hierna vestigde de Senaat er de aandacht op, dat zijn beleid sterk
erop gericht was geweest, bepaalde onderdelen van de groentijd te
verbeteren, onderdelen die naar zijn overtuiging meer aanleiding
gaven, tot het hanteren van bovengenoemde criteria. Hierbij werd
gedoeld op de afronding van de groentijd en de uitnodigingspro-
blematiek, welke problematiek enerzijds zeer ingrijpend is, ander-
zijds minder sterk aan de dag treedt.
Hierop aansluitend werd vervolgens gesteld door de Senaat, dat
naar zijn mening intensieve contacten tussen Acad. Senaat en Stu-
dentencorps verbeteringen van de groentijd slechts hadden kun-
nen stimuleren, en het inzicht in de Corps- en groentijdsproblemen
hadden kunnen bevorderen. Hierom betreurde Hij het dan ook
eens temeer, dat de contacten met de Acad. Senaat en Studenten-
corps zo gering geweest waren, tot nu toe.
De Senaat betoogde vervolgens, dat Hij, met waardering voor
steun van de zijde van de Acad. Senaat bij de concretisering van
het ideaal van een Christelijk verantwoord studentenleven, waarbij
de groentijd inbegrepen is, van mening was, in dezen niet aan
118
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1959
Studentenalmanak | 372 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1959
Studentenalmanak | 372 Pagina's