Studentenalmanak 1959 - pagina 260
alstjeblieft dan zo lang mogelijk uitstellen, dacht hij, laat ik zo
lang mogelijk hier blijven zitten, nu ik het weet dat alles onzin is.
De agent stapte af en kwam naar hem toe. Zou u niet liever door-
lopen, vond hij. Maar neem het de man eens kwalijk, was er op
dit ogenblik wel iemand anders dan de jongen die het nu wist?
Laat ik het hem in vredesnaam niet uitleggen, dacht hij, hij be-
grijpt het immers toch niet. En om de man kwijt te raken, zei
hij iets in een taal die hij geleerd had van z'n vader toen die voor
Sinterklaas speelde thuis. Sorry, zeiden de drie strepen, Ent-
schuldigung. Maar ze gingen toch maar bij de rand van het trot-
toir staan aan de overkant.
Meewarig keek hij nog naar de agent. Schiet eens wat, dacht hij,
breng er eens wat leven in, schiet mij maar dood. De voorbij-
gangers keken nu ook al naar de jongen. Maar hij zag alleen benen
en hield één oog dicht om te proberen met z'n pijp tussen twee
lopende benen door te schieten, 't Was nogal moeilijk om ze niet
te raken. Vooral met vrouwen, die zulke kleine passen namen
en dan ook nog van die nauwe rokken hadden. Maar gelukkig
hadden ze de laatste tijd nog al dunne benen, dat scheelde weer.
Maar hij wilde ze niet raken, want als ze doodgingen hadden ze
helemaal geen kans meer om het nog eens door te krijgen. Hoewel
het aan de andere kant niet zo gek was, want van een kapot been
ging je nog niet zo gauw dood en in het ziekenhuis wil je nog al
eens tot jezelf komen. Maar hoe dan ook, hun kansen waren ver-
duiveld klein. Als je 't eens naging, honderdvierenveertig duizend
goed die zijn dan ook binnen, maar op al die miljarden is het een
emmer water uit de zee dragen.
Zou hij nu een kansje hebben na vanavond? Als hij morgen maar
niet weer overnieuw begon, want dan zou het wel niets helpen.
En het was waarschijnlijk dat hij morgen weer zou meedoen met
de anderen, zo goed kende hij zichzelf wel. Ik ben eigenlijk net
zo als dat schooljochie dacht hij opeens. (En zo is iedereen, alleen
niemand beseft het haast, maar dat ventje zei het nota bene.
Zeker omdat dronkaards en kinderen de waarheid spreken.) De
juffrouw wilde weten of hij de vorige maal wel goed geluisterd
had en de gelijkenis begrepen had. Wie hij nou liever wilde zijn,
de rijke man of de arme Lazarus. Nou hij had het beter door dan
de juffrouw. De rijke man als ik leef zei hij, en de arme Lazarus
als ik dood ben.
En omdat ik dat ook wil wordt het moeilijker om uw koninkrijk
242
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1959
Studentenalmanak | 372 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1959
Studentenalmanak | 372 Pagina's