Studentenalmanak 1959 - pagina 235
Reeds vóór de kerstening was het polytheïsme der Germanen
allengs aan het veranderen. Dat wil zeggen, dat één Godheid zich
boven de andere goden ging verheffen, dat aan hem de grootste
macht werd toegeschreven, dat men slechts hem in feite diende.
Thor of Freyr, Odin (Wodan) of Baldir, één is het, waaraan de
Germaan zijn hart verpandt, één is zijn ,,fulltrui", degene aan wie
hij zijn volledige vertrouwen schenkt, leder der Germanen had
zijn fulltrui, elke sibbe, ja elke stam erkende allengs één Godheid
als de machtigste. Dit wil niet zeggen, dat het zich van lieverlede
ontwikkelende stamhenotheïsme het polytheïsme volkomen ver-
dringt. Geenszins. Maar één Godheid, hoe deze ook heette, was
de uitverkorene van een bepaalde groep of stam, welke eigenaar-
digheid o.m. het monotheïsme van het Christendom gerede ingang
deed vinden.
De verering van de Godheid van de stam was nauw met het leven
der gemeenschap verbonden. Er ontstond een stamcultus, en allengs
naarmate de verschillende kleine stammen zich noodgedwongen
aaneensloten, een soort nationale cultus, waardoor de eredienst
een min of meer nationale zaak werd, voor zover men tenminste
het woord nationaal op de samenleving der Germanen kan toe-
passen. Hierin bestond een groot verschil met het Christendom
uit die dagen, dat als katholieke kerk georganiseerd, de gedachte
aan een nationale afzondering der religie of ook van het kerkelijke
leven niet kende. Deze bijzondere geaardheid van de Germaanse
samenleving werd nog door het feit versterkt, dat de Germanen
het Christendom in de vorm van het Arianisme leerden kennen,
dat hen immers als bekeerde ketters beschouwde. En deze aria-
nistische zienswijze sloot de Germanen dan ook aanvankelijk van
de katholieke rijkskerk van het Imperium Romanum uit. Zij wer-
den gedwongen een eigen kerkelijke organisatie op te bouwen,
wat een eigen nationale godsdienst reeds in de kiem in zich borg,
een omstandigheid die tot op de dag van heden duidelijk merkbaar
is.
De boven aangestipte fulltrui-gedachte is ook voor de godsvoor-
stelling der Germanen van veel belang geweest. De kerk uit die
dagen predikte natuurlijk de Drieëenheid. Dat de Germanen deze
Triniteit aanvankelijk tritheïstisch opgevat hebben, staat wel vast
en dat zij van deze Drie alleen de Zoon, Christus, tot hun fulltrui
verkozen, bewijzen ons vele Vroeggermaanse uitspraken, zoals
die van koning Chlodwig: ,.Wanneer ik met mijn Franken er bij
219
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1959
Studentenalmanak | 372 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1959
Studentenalmanak | 372 Pagina's