Studentenalmanak 1959 - pagina 254
heen en weer in de stralen van de maan, zonder dat ze het merk-
ten: twee klokken aan touwen van maanlicht.
,,De koster lust geen eieren, zei de hoogleraar; ik ook niet. Eet
U ze wel?" ,,Ja, zei de jongen, vaak professor". ,,Niet doen, zei
de hoogleraar vaderlijk, dat is niet goed voor Uw hormonen. U
moet goed begrijpen dat de studententijd moeilijk is, meneer,
en toch . . ." ,,ja, professor, zei de jongen, ja. Zou de wetenschap
hormonen hebben, professor? Ik zou de wetenschap wel willen
opereren om te zien of ze een hart heeft, klieren met interne
secretie". ,,Nee, zei de professor, ik weet alleen dat de mor-
monen wel wetenschap hebben. Volgens Socrates moeten het
verdraaid goede filosofen zijn: veel vrouwen en zo".
,,Socrates was een filosoof, zei de jongen opeens hard. Het weten
is niet schappelijk, de wetenschap is hard als een kristal. Het
getal is een kris die mij snijdt, een lijn snijdt een andere lijn".
,,U bent ook een lijntrekker, meneer", interrumpeerde de hoog-
leraar. Hulpeloos keek de jongen op. ,,Het gaat toch om de rode
lijn, professor, die overal door heen loopt, of anders de a.r.-lijn,
de h-lijn, — de h-bom, riep hij hard in de straat, de h-bom! B.B.Ü"
,,De resultaten van de dieptepsychologie inspireren mij tot on-
aangename gedachten over Uw geroep om B.B., jongeman, zei
de hoogleraar koud. Mijn opmerkingen over het eten van eieren
blijken maar al te zeer ter zake". ,,Ze moeten ter ziele gaan,
professor, riep de jongen opgewonden. De wetenschap denkt dat
het genoeg is als een opmerking raak is, als ze het onderwerp
raakt, maar dat is niet waar. Ze moet door het centrum gaan,
de kern raken. De raaklijn staat loodrecht op de rechte door het
centrum, zelfs hyperbolisch. Wij moeten ter ziele gaan, profes-
sor! Wij moeten ter ziele gaan", zei hij zachter,
i^aar als een ontnuchterd embryo van een profeet, op een brede
stroom van drift varende naar verlossing, werd de jongen ge-
boren in de koude winternacht. Hij zou moeten schreeuwen van
angst en eenzaamheid, hij wist het wel, maar er was nog hoop.
Dat zei hij ook: ,,er is nog hoop, professor, ja, er is nog hoop.
Er is weinig méér te zeggen, onze ogen onze oren een gedicht
aan de huid van de ziel
vooralsnog een varen
langs eilanden van beproeving
raaklijnen aan de eeuwigheid
met handen vol zand."
236
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1959
Studentenalmanak | 372 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1959
Studentenalmanak | 372 Pagina's