Studentenalmanak 1959 - pagina 253
Eine kleine Nachtmusilc
Heel laat kvi'am de hoogleraar thuis. De straatlantarens staarden
dromerig in hun eigen schijnsel, de huizen stonden rustig in het
hok van de hemel als waakzame honden. Ze sloegen niet aan.
,,De snaren zijn losgemaakt in de slaap, dacht hij. De toetsen van
de huizen slaan niet aan. Mondscheinsonate op een dove piano.
De vleugel van de nacht grote vogel van gedoofde as gloeiende
kolen van vuur: de steden. Ze slaan niet aan, fiscus, spiegel u in
de ruiten van een slapende stad".
Er ging licht aan achter de ramen van tVi^ee ogen.
,,Uv^ tentamenkaart is groen", zei de hoogleraar tegen de jongen.
,,Van nijd, professor", antwoordde die, ,,van de parken professor,
van het groene licht van de weiden in mijn ogen". ,,Uw tentamen-
kaart is blauw", zei hij zonder iets te horen, de snaren in zijn
ogen stonden los, web van de spin hersens, verlaten en een dode
vlieg schommelde in de nachtwind. ,,Blauw van de kou, professor,"
zei de jongen, ,,blauw van het water, van de lucht in mijn ogen".
,,Uw tentamenkaart is rood", ,,van het bloed professor, van het
bloed onder mijn nagels, de duizeling van de nanacht van de wijn
van de herfst in mijn ogen".
,,Uw tentamenkaart is een regenboog". ,,De boog kan niet altijd
gespannen zijn, professor, er zijn meerdere pijlen op de boog
van mijn gevouwen handen, mijn gespannen verlangen." ,,Sol
iustitiae, zei de hoogleraar, sol iustitiae. De zon is een zomer
van kennis, de zon van het inzicht de regen van de vruchtbare
uren de regenboog . . ." ,,lk ben van de regen van het enthou-
siasme in de langzame drup der tentamens gekomen, professor",
zei de jongen, en boog het hoofd.
De professor keek er naar, de losse snaren in zijn ogen richtten
zich naar het hoofd van de jongen. ,,Met zulke haren kon je het
ook moeilijk op haren en snaren zetten", bedacht hij medelijdend.
Hij zelf kon zich de tijd niet meer herinneren dat hij nog haren
had. Streken had hij helemaal nooit gehad. ,,lk ben de wind
niet! zei hij verontwaardigd tegen de jongen, ik ben de wind niet,
of het kompas!" ,,Nee, professor, zei de jongen zacht; niettemin
bent U soms heel scherp".
Hun hoofden stonden los op hun halzen, zacht schommelden ze
235
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1959
Studentenalmanak | 372 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1959
Studentenalmanak | 372 Pagina's