Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Studentenalmanak 1961 - pagina 265

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Studentenalmanak 1961 - pagina 265

2 minuten leestijd

strandt in de gesecumbeerde kwal. Hendrikje merkt op dat het licht begint

te worden.

Putman is weer hoog boven hem en suist in de vale schemering be-

driegelijk snel op hem af.

Dan onderscheidt Hendrikje voor het eerst het gelaat van zijn vriend. Hij

schreeuwt in een moment van vlijmende schrik, die het bloed uit zijn

lippen trekt. Huilend van angst holt Hendrikje het water in, achtervolgd

door Putman, die hem onophoudelijk roept. Hij struikelt en zwemt echter

wanhopig verder om aan het afgrijselijke achter hem te ontkomen. Ten-

slotte is hij in kalm water en hoort hij de stem van Putman nauwelijks of

niet meer.

Boven het water drijven de laatste nevels naar een opgaande zon. Hendrikje

dobbert plezierig op zijn rug en kijkt er naar. Het koele nat omsluit zijn

lichaam als een gewas.

Hendrikje denkt nergens meer aan. Hij is volkomen gelukkig en wacht

de wondere dingen af die zeker komen zullen.

Het komt hem dan ook volkomen normaal voor, wanneer een zachte

meisjesstem over het water hem bij de naam roept.

Hij voelt zich echter te moe om zich druk te maken over de herkomst van

de stem. De zee bromt heerlijk geheimzinnig aan zijn oren. In het water

onder hem schuren knipogende vissen zich een onbegrepen weg.

Het meisje komt naar hem toegedreven in een geel bootje van rubber of

plastic.

Je kunt er best in met z'n tweeën, zegt zij vriendelijk en helpt hem over

de glimmend gladde rand. Dan zitten ze zwijgend en verlegen ieder aan

een kant. Het meisje is klein en heeft zilverig haar dat rood opglanst in

de zonnestralen. Haar heldere ogen doen Hendrikje denken aan een

engeltje. Hij voelt zich groot tegenover haar kleine gestalte. Toch is hij

verlegen. Hoe heet jij, vraagt hij tenslotte na lang stilzwijgen. Maar het

meisje antwoordt niet. Haar blikken dwalen van hem af over het gladde

oppervlak van de zee.

Dan noem ik je Vissenkind, beslist Hendrikje, en ik vind je lief ook.

Een meeuw glijdt geluidloos mee boven hun hoofden en in de horizon

ziet Hendrikje twee scheepjes. Het meisje gUmlacht afwezig als een jonge

mona lisa, maar zij zegt niets.

2;i

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1961

Studentenalmanak | 402 Pagina's

Studentenalmanak 1961 - pagina 265

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1961

Studentenalmanak | 402 Pagina's