Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Studentenalmanak 1961 - pagina 270

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Studentenalmanak 1961 - pagina 270

3 minuten leestijd

en de angst maakt je polsen nat. Denk dan, denk." Hij schreeuwde het

in de spiegel. „Gek ben je . . . G E K . " Haastig trok hij zijn jasje aan. Hij

sloot het raam. „Ik moet weg," dacht hij. „Iedereen kent me. Misschien

zijn ze al met speurhonden bezig. Hoe is het toch precies gebeurd . . . ?

Waarom kan ik m'n handen niet stil houden ?

Met z'n handen in z'n zakken, stijf tegen z'n lendenen gedrukt, liep meneer

Sessenhuygen haastig in de richting van het station. Nog nooit was hij

er zich zo van bewust geweest, dat hij handen had. Hij droeg ze mee als

vreemde groeisels, als wezens met een eigen wil. „Ik moet geen kennissen

tegenkomen," dacht hij. „ E r zijn zoveel mensen op straat. Zij leven en

lopen en denken. Is schuld niet de ultieme gedachte? Iemand, die een

gedachte uitspreekt, heeft duizend jaar geleden een moord gepleegd en

over duizend jaar zal zijn schuld voortleven in ons, zijn nakomelingen.

Wij zijn vervloekt. Iedereen is vervloekt, maar de vloek geldt slechts voor

hen die het weten. Ze maken jacht op mij omdat ik het weet. Moet ik

dan niet op de daken gaan staan en prediken? Waarom loop ik, ril ik,

vlucht ik? Waarom zal ik mij niet als apostel opwerpen en vervolgens

wolf worden en met wolven jagen? Ben ik het lam, het lokaas omdat ik

mij schuldig weet? Ze zoeken me, ze jagen op me, huilend, hun tong

uit hun bek, en ik loop door een stad vol pratende mensen en ril en zweet."

,,Däg meneer Sessenhuygen."

Hij was herkend. De stem kwam van opzij en bevroor in z'n oren. Flarden

van woorden zweefden als engelen en elfen om hem heen:

„Hoe g a a t . . . . ochtendblad gelezen . . . . oord v a n n a c h t . . . . wie het

ged

En telkens een mist die in vlagen de woorden omwaaide. Zijn benen die

weer begonnen te lopen. De straat die onder z'n voeten bewoog. Dat

raderwerk in z'n hoofd . . . . een ontzaggeUjk snel draaien, malen . . . . een

ellendig gezoem . . . . die rotsirene . . . . waar loop ik . . . . een hart dat

ratelde in al z'n ledematen.

Weg liep hij door de straten. De vriend, die hem aangesproken had, keek

hem na, het voorhoofd vol rimpels. Weg liep hij door de straten, vol

mensen met monden vol geluid. Gezichten verbaasd naar hem omgewend.

Sommigen bleven staan en wezen naar hem. Dan praatten ze opgewonden

met de omstanders, tot hij verdwenen was om de hoek van de volgende

straat. Hij liep snel door vele visioenen. De stenen onder hem bewogen

en plotseüng stond voor hem een geweldige commissaris, zijn kraag:

2j6

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1961

Studentenalmanak | 402 Pagina's

Studentenalmanak 1961 - pagina 270

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1961

Studentenalmanak | 402 Pagina's