Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Studentenalmanak 1961 - pagina 263

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Studentenalmanak 1961 - pagina 263

2 minuten leestijd

Het wonder van Hendrikje

Hendrikje is heel erg ziek. Zijn vader komt hem elke dag bezoeken.

Meestal heeft hij wat lekkers bij zich.

Achter de glazen balkondeuren van de kinderzaal ziet Hendrikje aan de

bomen hoe de dag voorbij schuift, naar de andere kant van de aarde.

Soms reist hij met het zonlicht mee en observeert de dingen helder, wanneer

de anderen (de zusters) denken dat hij slaapt.

Het is avond nu. De wachtzuster staat in de omUjsting van een open

venster. Haar witte hoofd zweeft in het avondblauw. Geobsedeerd staart

zij in de ronde lichtkring van de lantaarn op de brug.

Misschien ga ik wel dood, peinst Hendrikje in de verhevenheid van het

hoogpotige ziekenhuisbed. Zijn donker hoofdje ligt als een inktklad op

het kussen.

De zuster kwam vaak naast zijn bed staan om te zien of hij nog leefde.

Soms maakte Hendrikje een grapje en hield zijn oogjes stijf dicht als hij

haar komen hoorde. Tot zijn teleurstelling scheen zij echter volkomen

gerustgesteld en slipte zij weg met een zuigend geluid van rubber op rubber.

Het is misschien toch niet waar van dat doodgaan, dacht hij dan. Sinterklaas

bestaat immers ook niet!

Achter het aureolerig hoofd in het raamgat worden de bomen zwart. Een

bronzen vlieg stijgt en daalt boven Hendrikje's hoofd. Tenslot neemt het

insect een gierende bocht en verdwijnt in een ontoegankelijk duister. Amen.

Hendrikje doet zijn ogen dicht, na een poosje weer open, want slapen doet

hij nooit.

Er staat een man naast zijn bed nu. De donkerlange gestalte jaagt Hendrikje

enige schrik aan, maar de man fluistert hem toe niet bang te zijn. Immers

hij komt Hendrikje halen. Samen zullen zij naar het strand gaan, de zee.

Putman heet hij zegt hij en Hendrikje laat zich gehoorzaam op het koude

linoleum zakken. Snel kijkt hij om zich heen, maar de witte zuster is weg.

Het raam is open en leeg. De nachtwind brengt hen geluidloos snel naar

de kust.

De branding slaat luid neer op het verlaten strand en vreemde nachtvogels

van zwart metaal schuwen laag over de duinen.

Bang is Hendrikje niet, want hij kent de naam van de vreemdeling. Boven-

249

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1961

Studentenalmanak | 402 Pagina's

Studentenalmanak 1961 - pagina 263

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1961

Studentenalmanak | 402 Pagina's