Studentenalmanak 1961 - pagina 269
. . . . E e n ongeluk wordt gevreesd
Toen de heer Sessenhuygen wakker werd wist hij zich schuldig aan moord.
Wat er gebeurd was die nacht, wist hij niet, maar hij was doodmoe. „Het
is of m'n benen los in bed liggen" dacht meneer Sessenhuygen, „of ik er
niets mee te maken heb. Ik ben moe. Ik ben ontzettend moe. Ik ben schuldig
aan moord en ik weet niet eens hoe hij bedreven is." Wat was er gebeurd ?
Was de wekker afgelopen? Had iemand op z'n kamerdeur geklopt?
Langzaam kwam hij terug uit het land achter de werkelijkheid, uit de
sissende vergifkokerij van z'n brein. Langzaam groeide z'n lichaam aaneen.
Albert Sessenhuygen stond in de morgen van de i6e oktober op als voort-
vluchtige.
„Vannacht moet het gebeurd zijn," dacht hij. ,,Het is nu zeven uur. Op
honderdduizend politiebureaus beginnen nu telexen te ratelen en honderd-
duizend mensen eten met haastige ogen de letters van het papier. In een
kleine ratelende kamer (een werkplaats . . . een rood licht dat k n i p p e r t . . . .
handels, hefbomen . . . . een tekst aan de wand „ G E V A A R " . . . . ) zit een
man piano te spelen op seinsleutels. Alles weten ze. Ik word gezocht.
E n ik weet niets. Ik weet alleen dat het gebeurd is. Maar hoe ? H O E ?
Mannen met fotoapparaten, mannen met poeder, met honden, met ver-
grootglazen. O p honderd plaatsen zijn ze met me bezig. Mijn portret
gaat door de trillende lucht. Wat ik ook doe . . . altijd zijn ze met me bezig.
Met elektronische machines zullen ze me uittekenen en als ik op een dag
in de bioscoop zit, zie ik de misdaad gebeuren en ik speel de hoofdrol.
Het kan niet. Het gaat buiten mij om. Ik weet niets. (De listige advocaat:
niet toerekeningsvatbaar, de officier - een rode toga draagt hij - : schuldig
beklaagde: nee . . . . ja . . . . SCHULDIG).
Meneer Sessenhuygen zweette. „Ik ben wakker," dacht hij. „Ik moet
opstaan." Hij sloeg het dek terug en stapte uit het bed. Hij rilde. Hij
bleef rillen, ook toen hij zich met veel koud water gewassen had, en afgerost
met zijn grote rode badhanddoek. „ G o d , ik ben nog ziek ook," dacht hij;
„ik moet weg. Waarheen?" Hij zag zijn gezicht in de spiegel, toen hij
probeerde zijn das te strikken. „Wie ben jij," vroeg hij het grauwe spiegel-
beeld en het spook achter de spiegel grijnsde trillend.
,,Ze zullen je niet eens herkennen," zei hij. „Maar de misdaad staat nog
op je huid getekend, de holle spiegels van je ogen seinen 20 jaar met aftrek
-2//
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1961
Studentenalmanak | 402 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1961
Studentenalmanak | 402 Pagina's