Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Studentenalmanak 1961 - pagina 271

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Studentenalmanak 1961 - pagina 271

2 minuten leestijd

een hemel vol sterren. Hij zwol op als een reusachtige zwarte luchtballon,

tot hij bijna de gehele straat vulde. „ G a w e g , " riep meneer Sessenhuygen.

„Ga uit de weg." Maar de woorden stolden zodra ze z'n mond uit waren

en bleven hangen in de lucht. Hij schreeuwde en steeds meer woorden

zweefden voor zijn gezicht. „Ga weg, ik heb haast. Als je niet weggaat,

prik ik je lek . . . ." Eindelijk kwam er geluid uit z'n mond. „Al heb je

drie ogen en duizend sterren, ik prik ze allemaal lek." De woorden sprongen

zijn mond uit en vielen als harde kristallen op de grond. De commissaris

was nu zo groot geworden, dat hij tot aan de daken reikte. Steeds werd

hij groter, tot hij langzaam wegsteeg van tussen de huizen. Meneer

Sessenhuygen schudde zijn vuist en schreeuwde hem na tot hij verdwenen

was naar de zon. Er stonden toen veel mensen in de straat en toen hij

verder liep, zetten kinderen met krijt pijltjes op z'n voetstappen. Soms

liep er ook een voor hem en probeerde een pijltje te tekenen, daar, waar

hij zijn voet zou zetten. Het duurde lang voor het hun verveelde. Toen

ze hem alleen lieten, was hij al aan de rand van de stad gekomen en liep

langs viUa's en dennebomen. Toen er ook geen villa's meer waren, ging

hij het bos in en liep door struiken die hun takken in alle richtingen be-

wogen. „ E e n woud van inktvissen," dacht meneer Sessenhuygen, „maar

ze krijgen me niet. Mijn schuld is trouwens niet te boeten: hij is inherent

aan ons bestaan. Ik heb het alleen nooit geweten. Vanmorgen wist ik het.

"Vannacht moet het gebeurd zijn. Ze jagen nu als wolven en ik verspreid

de bloedgeur."

Zo liep hij nog lang. De avond kwam en de nacht. H o o g stond de wind

om de maan en de maan stond als een vlieger op de wind. Hij strompelde

als een blinde. Toen hij struikelde vonden z'n handen geen weerstand.

Zachtjes huilend lag hij op de vochtige aarde, de kou kroop voorzichtig

langs zijn huid. Zijn lichaam werd stil en roerloos. Zo lag hij vele uren

in een volstrekte leegte.

Toen de zon, vreemd en rood, opging stond hij op als een geheiligde

waanzinnige. Het was hem of de wereld zich teder op z'n schouders legde.

Als dode herrezen stond hij in de morgen en torste de wereld, zo zwaar

als zijn schuld.

G.J.W.

^/7

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1961

Studentenalmanak | 402 Pagina's

Studentenalmanak 1961 - pagina 271

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1961

Studentenalmanak | 402 Pagina's