Studentenalmanak 1961 - pagina 271
een hemel vol sterren. Hij zwol op als een reusachtige zwarte luchtballon,
tot hij bijna de gehele straat vulde. „ G a w e g , " riep meneer Sessenhuygen.
„Ga uit de weg." Maar de woorden stolden zodra ze z'n mond uit waren
en bleven hangen in de lucht. Hij schreeuwde en steeds meer woorden
zweefden voor zijn gezicht. „Ga weg, ik heb haast. Als je niet weggaat,
prik ik je lek . . . ." Eindelijk kwam er geluid uit z'n mond. „Al heb je
drie ogen en duizend sterren, ik prik ze allemaal lek." De woorden sprongen
zijn mond uit en vielen als harde kristallen op de grond. De commissaris
was nu zo groot geworden, dat hij tot aan de daken reikte. Steeds werd
hij groter, tot hij langzaam wegsteeg van tussen de huizen. Meneer
Sessenhuygen schudde zijn vuist en schreeuwde hem na tot hij verdwenen
was naar de zon. Er stonden toen veel mensen in de straat en toen hij
verder liep, zetten kinderen met krijt pijltjes op z'n voetstappen. Soms
liep er ook een voor hem en probeerde een pijltje te tekenen, daar, waar
hij zijn voet zou zetten. Het duurde lang voor het hun verveelde. Toen
ze hem alleen lieten, was hij al aan de rand van de stad gekomen en liep
langs viUa's en dennebomen. Toen er ook geen villa's meer waren, ging
hij het bos in en liep door struiken die hun takken in alle richtingen be-
wogen. „ E e n woud van inktvissen," dacht meneer Sessenhuygen, „maar
ze krijgen me niet. Mijn schuld is trouwens niet te boeten: hij is inherent
aan ons bestaan. Ik heb het alleen nooit geweten. Vanmorgen wist ik het.
"Vannacht moet het gebeurd zijn. Ze jagen nu als wolven en ik verspreid
de bloedgeur."
Zo liep hij nog lang. De avond kwam en de nacht. H o o g stond de wind
om de maan en de maan stond als een vlieger op de wind. Hij strompelde
als een blinde. Toen hij struikelde vonden z'n handen geen weerstand.
Zachtjes huilend lag hij op de vochtige aarde, de kou kroop voorzichtig
langs zijn huid. Zijn lichaam werd stil en roerloos. Zo lag hij vele uren
in een volstrekte leegte.
Toen de zon, vreemd en rood, opging stond hij op als een geheiligde
waanzinnige. Het was hem of de wereld zich teder op z'n schouders legde.
Als dode herrezen stond hij in de morgen en torste de wereld, zo zwaar
als zijn schuld.
G.J.W.
^/7
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1961
Studentenalmanak | 402 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1961
Studentenalmanak | 402 Pagina's