Studentenalmanak 1962 - pagina 58
kunsthistoricus van der Meer, die mede bekend is door een beroemd boek
over Augustinus als zielzorger, me als zijn mening te kennen gegeven,
dat de beste vertaUng in het nederlands van de Confessiones die van Sizoo
is — en Sizoo heeft niet minder dan 23 mededingers! Zijn taalbeheersing,
een bijzonder charisma, dat hem geschonken was, heeft hem hier tot bij-
zonder gelukkige resultaten gebracht.
Enkele jaren later heeft hij Calvijn's Institutie in een moderne vertaUng
laten verschijnen. Zeer velen heeft hij hiermee aan zich verplicht; toch
betekende dit voor hem het inslaan van een zijweg, want aan Augustinus
had hij zijn hart gegeven, en met hem is hij in zijn verdere wetenschap-
pelijk leven bijna voortdurend bezig geweest. Zo is hij de Augustinus-
kenner geworden, die onder meer een bijna dagelijks geraadpleegde
vraagbaak was: een functie, die hij met opgewektheid en niet zonder
enige ingenomenheid heeft vervuld.
Het vele opsommen, dat hij over Augustinus (en over andere onder-
werpen) gepubliceerd heeft, is hier niet nodig en ook niet gewenst. Ik
maak slechts voor drie publicaties een uitzondering. In 1957 is versche-
nen Augustinus, leven en werken; het verdient aparte vermelding als de eerste
in het nederlands geschreven wetenschappelijke biographic van de kerk-
vader. In de Leuvense Augustiniana van 1954 heeft Sizoo gehandeld over
Augustinus'' bekeringsverhaal als narratio. Helaas is de verhandeling in het
nederlands gesteld en daardoor misschien minder bekend geworden dan
ze verdient, want ze bevat een van Sizoo's meest gelukkige vondsten:
hij slaagt er in om het bewuste verhaal, dat altijd als een zwerf blok in de
litteraire geschiedenis gelegen had, litterairhistorisch zijn plaats te geven.
E n ten slotte noem ik de bijzonder rijke rectorale rede van 1939 over
Eloquentia divina, het stijlprobleem der oude Christenen. Hier is hij bezig met
het probleem der oude Christenen, die hun nieuwe wijn niet in de oude
zakken der antieke litteraire traditie konden doen, maar toch niet wilden
en niet konden afzien van litteraire vormgeving (het thema is in de laatste
jaren ook buiten de kring der specialisten zeer bekend geworden door
de werken van Erich Auerbach). Wat er nog aan classicistische resten
bij Sizoo zou kunnen zijn overgebleven, is hier uitgebrand; aan de andere
kant kan hij via de op zijn wijze klassieke Augustinus het normatieve
stijlbegrip handhaven, dat hij nooit zou hebben willen prijsgeven.
In en door de omgang met Augustinus heeft Szioo zijn volle wasdom
bereikt. Hij had een scherp oog voor het concrete detail, grote zin voor
traditie en een ontwikkelde smaak. Alles voortreffelijke zaken, zeker voor
een philoloog; maar niemand is vrij van de défauts de ses quahtés, en de
kans bestond, dat Sizoo zich zou hebben ontwikkeld in de trant van een
van die verfijnde erudieten met ietwat antiquarische neigingen uit de
J4
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1962
Studentenalmanak | 436 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1962
Studentenalmanak | 436 Pagina's