Studentenalmanak 1962 - pagina 60
/
terecht steeds bestreden. Terecht, immers in de eerste plaats mag niemand
het populariserende genre als inferieur beschouwen. Schrijven voor een
bredere kring is eigenlijk veel moeilijker dan voor ingewijden: vele ge-
leerden, die argeloos dachten in enkele dagen wel een populaire verhan-
deling over een onderwerp uit hun gebied te kunnen schrijven, hebben
het ervaren. Men moet de stof even goed, zo niet beter, beheersen als voor
het schrijven van een esoterisch artikel, en aan het vermogen tot vorm-
geving worden over het algemeen veel hogere eisen gesteld. Ten tweede
is het zeer gewenst, dat een wetenschap als de klassieke philologie een
klankbodem behoudt of vindt buiten het gilde der vakgenoten — het is
altijd zo geweest, en het is misschien thans meer dan ooit urgent. Het zijn
niet de geringsten in ons vak geweest, die dit beseft hebben. Van niemand
minder dan AUard Pierson, die we met een gerust hart als vakgenoot
mogen beschouwen, bestaat vrijwel het gehele oeuvre uit wat men popu-
laire verhandelingen zou kunnen noemen. Een vijftig jaar geleden heeft
Hartman veel gepubliceerd voor een bredere kring; naast, en wat de
kwaliteit van het werk betreft mijns inziens boven hem, moet uit die tijd
de fijnzinnige K. Kuiper genoemd worden. In onze tijd heeft Sizoo deze
taak vervuld en, al ligt dat mede aan de aard van de door hem behandelde
onderwerpen, zijn voorgangers ver overtroffen in de omvang van het
door hem bereikte publiek. Terecht heeft collega Knijper in zijn In me-
moriam de brief van een schippersvrouw gememoreerd — met zo iets
moet een classicus toch innig gelukkig zijn. Maar de derde en besUssende
rechtvaardiging van het populariserende schrijven is te vinden in een
van de schoonste formuleringen, die de Scholastiek heeft gevonden:
Bonum est diffusivum sui, het Goede wil uitstralen. Dit zou het motto
kunnen zijn voor het leraarsambt, zeker zoals Sizoo het met geestdrift
heeft uitgeoefend. Maar ook voor zijn schrijven voor bredere kring: wie
het vermogen krijgt om zijn kennis uit te laten stralen, ontvangt tegeHjk
de roeping daartoe. Zeer velen zijn Sizoo dankbaar, dat hij die opgevolgd
is.
Over wat hij als leraar geweest is, behoeft hier eigenlijk niet gesproken
te worden. Zelf zou ik dat trouwens niet kunnen doen. Wel heb ik in
1918 in de tweede klas van hem het begingrieks geleerd, en mag me dus
tot mijn vreugde ook nog tot zijn leerlingen rekenen, maar ik was toen
te jong om nu iets meer bewaard te hebben dan het beeld van een gewaar-
deerd docent. Er zijn anderen onder ons, die op rijpere leeftijd Sizoo als
leraar hebben gekend; verder heeft de heer Knap dezer dagen in Het
Parool op zeer sympathieke wijze Sizoo als gymnasiaal docent getekend.
Wat hij als universitair docent geweest is, moet ik ook grotendeels met
kennis uit de tweede hand schetsen. In 1933 is hij opgetreden als op-
,6
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1962
Studentenalmanak | 436 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1962
Studentenalmanak | 436 Pagina's