Studentenalmanak 1962 - pagina 50
Enkele voorbeelden mogen ter toelichting dienen.
Wie over het levenswerk van GosUnga spreekt denkt in de eerste plaats
aan de grote Groen-uitgave. Hoeveel geleerden hebben niet met grote
zorgvuldigheid bronnen uitgegeven en geannoteerd? En toch aarzelen
we niet de zo juist genoemde uitgave een unieke prestatie te noemen;
men kan maar moeiUjk een juiste voorstelling krijgen van de grondig-
heid en uiterste nauwkeurigheid waarmee de annotatie is verzorgd. Wat
een tijd en inspanning moet dit de bewerker hebben gekost! Zeker, ook
anderen hebben zich grote verdiensten verworven voor het uitgeven van
de schriftelijke nalatenschap van Groen van Prinsterer, maar het is toch
allereerst GosHnga die zijn stempel heeft gedrukt op deze grote onder-
neming. Immers, dit werk kon alleen maar worden verricht door iemand
die een zeer intieme kennis van de negentiende eeuw bezat.
GosUnga is voortgekomen uit de „Leidse school", Verdam, Blok en
Bussemaker (e. a.) waren zijn leermeesters. Niet onvermeld wil ik laten
dat de waardering van Goslinga veel meer uitging naar Bussemaker dan
naar Blok. Niet vreemd zal hieraan zijn geweest het feit dat de eerste de
werkstukken van zijn studenten niet vluchtig doorlas, doch grondig be-
studeerde en tot in bijzonderheden controleerde. Eenzelfde methode paste
GosUnga toe op de scripties van zijn studenten! Oppervlakkig gezien heeft
GosUnga niets anders gedaan dan de Leidse traditie voortzetten, in wer-
keUjkheid echter heeft hij haar een gewijzigde inhoud gegeven. Ook hier
blijkt dat wanneer iets in of onder de hand van Goslinga kwam er in dat
iets 20 het een en ander veranderde. Wij raken hier echter aan de aporia
waarop we boven doelden en waarop we eerst aan het slot terugkomen.
Men leest tegenwoordig vaak dat het begrip „feit" in de laatste honderd
jaar een rijkere inhoud heeft gekregen en dat volhardend historisch
onderzoek niet slechts een onoverzienbare hoeveelheid feiten aan het Ucht
heeft gebracht, doch tevens het afzonderUjke feit heeft leren zien in zijn
gecompUceerdheid en zijn vele nuances. Telkens wanneer ik dit lees gaan
mijn gedachten naar Goslinga, naar zijn historische studies als b.v. Dr.
Karl Güt^lojf en het Nederlandsche Protestantisme in het midden der vorige eeuw
(1941). Hij heeft ons juweeltjes van historisch onderzoek nagelaten en is
daarbij zo diep in zijn onderwerpen doorgedrongen dat het niet spoedig
zal gelukken door hernieuwd onderzoek tot andere resultaten te komen.
In dit verband noem ik Het conflict Groen-van der Bruggen, naar mijn ge-
voelen de voortrefFeUjkste vrucht van dit geleerdenleven. GosUnga heeft
zelf eens verteld hoe deze studie tot stand is gekomen: reeds lang en diep-
gaand was hij met het „conflict" bezig geweest en reeds had zijn onder-
46
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1962
Studentenalmanak | 436 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1962
Studentenalmanak | 436 Pagina's