Studentenalmanak 1962 - pagina 180
de famihes van hun leden in het gereformeerde leven van de beginjaren
innamen, en aan wier nominale samenstelling tot op heden niet zoveel
veranderd is. Na iSp4 (met tot 1901 de perikelen van Bond en Corps)
vindt, op de oprichting van Rostra in 1912 na, weinig uitbreiding plaats,
tenzij in ledental dezer disputen zelf.
D e tweede groeiperiode, waarin een groot aantal homines novi, zoons van
onderwijzers en verdere in de emancipatiebeweging der kleine luyden om-
hooggekomen neocalvinistische activisten, naast de afstammelingen van de
leiders van het eerste uur hun plaats aan de V.U. vonden, hep van ipi8-
19}2 en gaf het aanzijn aan zeven nieuwe disputen (Stoa tot Lysias). Een
consohdatie van het op deze wijze gegroeide Corps vond plaats in de
crisis- en vooroorlogse periode, waarna zich een door de oorlog geïnter-
rumpeerde derdegroeifase, liever explosie voordeed (i^/fi-ip^ó), die zorgde
voor drie nieuwe disputen vóór (Kastor en Pollux smolten na de oorlog
samen tot Polydeukes) en vijf ca de oorlog. De rustperiode 1945-195 3
werd gekenmerkt doordat het Corps in 1946, in het kader van de na-
oorlogse Civitasidee, de culturele en sportfuncties afstootte, terwijl de drie
meisjesdisputen in de V.V.S.V.U. een eigen organisatie bemachtigden.
Aan te nemen valt dat, naast dit functieverHes, het ook de naoorlogse
mentaUteit van deze gedeeltelijk uit het verzet stammende generaties is
geweest, die een stempel zette op de mentaliteit en mores van ons Corps.
III.
Van 1925 tot voor kort werd de Corpspolitiek in steeds sterkere mate
bepaald door de antithese: ,voorkamer^ (Demosthenes, lumbo, Forum,
^to),achterkamer\ waarbij disputen als Cicero en in mindere mate Areio-
pagos zich vaak op de ,drempel' bevonden.
Tot 1942 berustte de leiding van het Corps grotendeels bij deze oudere
disputen, hetgeen vermoedeUjk aan de reële verhoudingen beantwoordde,
en hoewel er vlak na de oorlog in i945-'46 een rebellie ontstond die resul-
teerde in een voUedige ,achterkamersenaat', kan hetzelfde, hoewel in
mindere mate, gezegd worden van de aangeduide derde rustperiode,
waarin het Corps / / disputen telde (plm. 400 leden, 90 novieten per jaar,
tegen resp. 250 en 60-70 in de vooroorlogse periode), zodat het rectoraat
voortdurend in handen was van leden uit de ,voorkamer'.
Vanaf 1953 veranderde deze situatie radicaal en wel tengevolge van ont-
wikkelingen zowel in de ,voor'- als de ,achterkamer'. De eerste bleef wel
nominaal hetzelfde beeld vertonen, doch hun in de loop der tijd in be-
paalde opzichten wat gehypertrofieerd éUtebesef bleek een duurzaam
leiderschap van een Corps, dat zich ging kenmerken door een steeds meer
gevarieerde sociale samenstelHng en een grotere verscheidenheid van
178
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1962
Studentenalmanak | 436 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1962
Studentenalmanak | 436 Pagina's