Studentenalmanak 1962 - pagina 181
ideeën en idealen omtrent de plaats van de student in de samenleving,
wel te bemoeilijken, hetgeen leidde tot een in de meeste gevallen brillant
verdedigde status-quo politiek. Daarnaast had in de ,achterkamer' een
geschiedenis van 30 tot 10 jaar een aantal disputen in staat gesteld om
vanuit een geconsolideerde positie een nieuwe visie en een nieuwe poli-
tiek voor te staan en te realiseren. Hoewel vrijwel alle disputen vanaf
Areiopagos tot Odysseus in mindere of meerdere mate hierin meespeel-
den, kan vereenvoudigend gesteld worden, dat de meest op de voorgrond
tredende rol vervuld werd door de O.V.'s Akademeia, Lysias en Odys-
seus.
Misschien wordt de ontwikkeling van de laatste 15 jaar het meest recht
gedaan als men stelt dat er vanaf 1946 een steeds sterker groeiende oppo-
sitie heeft bestaan, die in 1953 formeel de leiding overnam, doordat het
rectoraat voor lange tijd in de handen van sympathisanten kwam. Van
1953-1958 werden nog een aantal, soms zeer hevige achterhoede-gevech-
ten gevoerd, die waarschijnlijk hun toppunt bereikten tijdens de rectoren
Van Oostveen en Koster. Nadien vond er een algemene vervaging der
tegenstelUngen plaats, die o.a. bevorderd werd door het feit dat er zich
onder de zgn. „middenkamerdisputen", die nu de macht in handen hadden,
tekenen van een nieuw, eigen éhtebesef voordeden.
Een algemene Ujn als hier getrokken is uiteraard pas achteraf te onder-
kennen en doet vaak als natuurlijk voorkomen hetgeen op het moment
zelf het resultaat was van toevalligheden en coincidenties, hetgeen te dui-
dt lij ker is in het wat omvang betreft provincialistisch karakter der Corps-
poUtiek. In dit verband kan er b.v. op gewezen worden dat bepaalde
,reform'-rectors hun zetel gedeeltelijk dankten aan candidaten uit de voor-
kamer, die zich terugtrokken of weigerden mee te dingen. De factor van
een al te vrijwillig isolement der oudere disputen heeft hier inderdaad een
rol gespeeld.
Het resultaat was echter dat het Corps vanaf 1953 door al deze factoren
werd geleid door een reeks merendeels sterke en met vernieuwingsideeën
bezielde rectores: A. J. Dunning, J. C. Schouten, H. J. Brinkman, J. H .
van Oostveen, S. J. Koster, J. A. Aertsen, S. J. Hartkamp.
Deze in ruwe trekken beschreven koersverandering viel samen met een
nieuwe vierde groeifase van het Corps, veroorzaakt door de uitbreiding van
de V.U. met een aantal nieuwe faculteiten en secties en gepaard gaande
met een absolute toename ook in de andere faculteiten. Dit resulteerde
van i^jß-i$6i in 11 nieuwe disputen, zodat het Corps in 1961 28 disputen
telde. (700 leden, 150-220 novieten per jaar).
Het waren deze disputen, die in toenemende mate door hun stemmen-
aantal in de boven gereleveerde tegenstelling de doorslag gaven.
179
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1962
Studentenalmanak | 436 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1962
Studentenalmanak | 436 Pagina's