Studentenalmanak 1962 - pagina 308
„Dank je Swagers. Je leert het nog wel eens denk ik. Goeie manieren
h è ? " wendt hij zich tot Paul. Dan loopt hij weg om zijn bezit aan de
andere patiënten te tonen zodat zij begerig en onderdanig in onze richting
bUjven kijken. Even later zitten we ngast elkaar op een tuinbank. Ik
merk dat Paul mij van ter zijde onderzoekend aankijkt.
„Waarom schreef je niet?" herhaal ik mijn vraag van zoeven.
„Ik had niets te zeggen wat voor jouw van belang kon zijn".
Ik weet dat hij liegt maar durf niet langer aan te dringen. Zwijgend roken
wij onze sigaretten.
In een hoek van de tuin harkt een oude patiënt — vriendelijk onnozel
baasje — wat bladeren bij elkaar. Hij krabt echter voortdurend op de
zelfde plaats in de grond zodat er langzamerhand een kuil ontstaat. Wan
neer de verpleger hem er op attent maakt, gaat hij elders een gat harken.
Vanmorgen telde ik er drieëntwintig.
„Luister" begint Paul plotseling en ik weet reeds dat hij nu vergeefse
dingen gaat zeggen, „luister, wij geloven er niet in."
„Waar i n ? "
„Dat je geestesziek bent." Zijn gezicht is ernstig alsof hij een belangrijke
examenvraag moet beantwoorden.
,,Wie zijn w ij ?" Ik voel me wrevelig als toen ik 's nachts die aantekeningen
van de hoofdverpleger las. Ik voel me ellendig, Paul is een aardige kerel,
zijn komst hier betekent voor mij een groot genoegen. Ik wil echter niet
dat hij over mij spreekt.
„ D e vriendjes . . . ik heb je tijdens het proces herhaaldehjk gezien en ge
sproken. Ook nu maak je op mij een volkomen normale indruk . . ."
„ H e i l ! heil! heil! Kom maar op g.v.d. Moffen in het land dokters aan
de k a n t ! brult een grote vent. Zijn armen maaien door de lucht. Hij
schreeuwt onophoudelijk dezelfde zin terwijl zijn gezicht volmaakt leeg
blijft. Zijn heldere kinderogen staren naar de onzichtbare soldaten, uit
drukkingsloos. Ter'wijl Paul steeds luider en dringender begint te spreken,
blijft de man zijn verwensingen en vloeken in dezelfde richting vervolgen.
„ J e muet het je kunnen herinneren ! De nacht na een sociëteitsbezoek ben
je met wat anderen naar een kroeg in de buurt gegaan. Daar ontdekte je
je verloofde met een of andere journalist. Je gebood haar mee te gaan.
Daarna . . ."
,,Houd je bek" zeg ik grof „wat is je bedoeling met dat stomme geklets?
Ik herinner me niets ! Wil je soms Iseweren dat ik simuleer?"
„Je bent gek" zegt hij. Ik zie dat hij bloost om zijn ontactische opmer
king. „Je moet hier w e g " gaat Paul voort. Ik wil niet dat je een geestelijk
lijk wordt, een kadaver. Als jij niet de volle verantwoordehjkheid van je
daden op je durft nemen zul je hier moeten bUjven !
}o6
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1962
Studentenalmanak | 436 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1962
Studentenalmanak | 436 Pagina's