Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Studentenalmanak 1962 - pagina 305

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Studentenalmanak 1962 - pagina 305

2 minuten leestijd

heb ik Marjolijn werkelijk vermoord? Het leek zo absurd dat ik mezelf

op een glimlach betrapte. Ik herinnerde mij absoluut niets. De rups werd

een monsterachtige vlinder en fladderde geluidloos omhoog naar de ster-

ren.

Een maal scheen de herkenning echter zeer nabij; er was iets dat op mij

toe kwam m een werveling van uitzinnige angst. Willoos en bezweet tot

onder mijn haren wachtte ik. Het was een oneindig kort tijdsbestek van

intense emotie dat plotseling ontplofte als een te strak geblazen kinder-

ballon. Het was voorbij. God zij dank.

In het bed rechts van mij waren de geruststellende geluiden van een sla-

pende patiënt, een handelsreiziger die door een auto-ongeval zijn zinnen

had verloren. Niettemin drukte ik op de schelknop boven mijn bed. Ik

zag hoe de wachtbroeder opstond en uit de lichtcirkel van de waaklamp

verdween. Even later stond hij naast mijn bed.

„Wat is er Swagers?"

Zijn dichtbije aanwezigheid was in feite voldoende om mij te kalmeren.

O m hem echter niet het idee te geven voor niets geroepen te zijn, vroeg

ik om een glas water. Hij hoorde blijkbaar hoe mijn tanden tegen het glas

tikten en vroeg zachtjes: „Mankeert er wat aan Swagers?"

,,Ik ben zo bang, broeder Smit."

„Bang? W a a r v o o r ? "

„Ik weet niet . . . voor mezelf denk ik".

Hij aarzelde een ogenblik en dan: „Ik zal je wat kalmerends geven".

Even later was hij terug met zijn pillen. Terwijl ik de tabletjes met een

slok water innam zei hij n o g :

„Ik heb een zoon die even oud is als jij. Hij is onder dienst."

,,. . .

,,Nou, welterusten dan maar. Als je me nodig hebt kun je bellen."

Zijn schoenen sloften over het linoleum naar de verlichte detective terug.

In de verte floot een trein. Ineens moest ik weer denken aan die sombere

winteravond toen datzelfde geluid de inleiding vormde van

H E T FEEST

„Bijzondere dag vandaag heren !" riep de hoofdzuster ons die avond na

de maaltijd toe. „Weet u w a a r o m ? "

Aangezien niemand antwoordde, zei de zuster luid: „Het is pasen, het is

vandaag zondag en morgen o o k " .

„ N i e t w a a r ! " riep de querulante handelsreiziger, „het is vandaag zondag

en maandag is het morgen".

Zijn puntig, kaal achterhoofd glansde in het lamplicht. Aan de muren

303

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1962

Studentenalmanak | 436 Pagina's

Studentenalmanak 1962 - pagina 305

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1962

Studentenalmanak | 436 Pagina's