Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Studentenalmanak 1962 - pagina 303

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Studentenalmanak 1962 - pagina 303

3 minuten leestijd

Nachtgedachten

Men zegt dat ik haar vermoord heb.

Dat is gelogen natuurlijk. In elk geval weet ik er niets van, ik bedoel

ik kan het me niet herinneren. Hetgeen er op neerkomt dat ikonschuldig

ben. D e grijze advocaat die mijn verdediging voerde zei iets dergelijks:

„ . . . mijn cliënt heeft gehandeld in een vlaag van verstandsverbijstering.

De dood van het meisje moet gezien worden als het gevolg van een mis-

daad waaraan de dader onschuldig is . . ."

Het was een brave man. Toen hij deze woorden met een resolute bewe-

ging van zijn zwarte arm uitsprak, schreide mijn moeder. Ik echter wist

dat hij gelijk had. Zo had ik het mij voorgesteld tijdens de lange nachten

in de cel. Keer op keer. Uiteindelijk zag ik in dat het zo was. De vrese-

lijke verantwoordelijkheid was opgeheven. Ik was onschuldig, ik was

krankzinnig. De psychiater die mij in opdracht van de rechtbank onder-

zocht constateerde echter een geringe geestelijke afwijking waarvan hij

bovendien niet helemaal zeker was. Hij adviseerde enige tijd observatie

in een inrichting voor geesteszieken.

Op zekere dag kreeg ik een krant in handen waarin een artikel over mijn

zaak. Een rancuneuze journalist spuwde zijn gal uit over de invloed van

psychiatrische rapporten op de rechtspraak. Schreef dat verdachte J. S.,

student in economie, op hem de indruk maakte te simuleren . . .

Ik had hem kunnen vermoorden, de ellendeling. N o g dagen later steeg

de drift in golven naar mijn hoofd wanneer ik aan zijn artikel dacht.

Het vonnis werd opgeschort tot na de observatieperiode.

De uitslag van de observatie ken ik al. Natuurlijk ben ik gek. Ik zou haar

anders niet vermoord hebben. O p zijn minst zou ik mij moeten herinne-

ren waar, waarom en wanneer! Zolang dat niet het geval is, ben ik geestes-

ziek en dus onschuldig. Simuleren heb ik nooit gekund.

Vandaag over een week zit ik zes maanden in de inrichting. Na een kuur

in het sanatorium ben ik overgeplaatst naar een ander paviljoen. Met vijf-

endertig anderen slaap ik op de gemeenschappelijke zaal. Overdag werk

ik in de centrale keuken waar het voedsel in electrische ketels wordt

klaar gemaakt. De naast elkaar opgestelde enorme ketels doen denken aan

de kookpotten die tekenaars van moppen aan kannibalen toeschrijven . . .

Eens, op een nacht, ben ik uit bed gekomen toen ik ontdekte dat de nacht-

tafel in de corridor naast de slaapzaal verlaten was. Waarschijnlijk dronk

de broeder ergens anders een kop kofSe.

Gedreven door een onverklaarbare, sterke nieuwsgierigheid sloop ik tus-

sen de bedden van de slapende patiënten door naar de gang.

^01

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1962

Studentenalmanak | 436 Pagina's

Studentenalmanak 1962 - pagina 303

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1962

Studentenalmanak | 436 Pagina's