Studentenalmanak 1962 - pagina 306
hingen reproducties van Van Gogh. Overal: Van Gogh. Brug, caféterrasje
bij avond, maaiers, zelfportret. Een cynische geest moest ze en masse
hebben ingeslagen om de portretten te laten bijzetten in elk paviljoen
dat de stichting bezat. Waarschijnlijk betekende Van Gogh een interessant
psychiatrisch geval voor hem.
Haar stem was van een overredende vriendelijkheid toen zij antwoordde:
,,Nee hoor, ik zie wel dat u er niets van afweet. Morgen houden wij ook
zondag. Strakjes", vervolgde zij, „krijgen jullie chocolade en de broeder
zal plaatjes draaien. Er komt nog een verrassing vanavond, maar die ver-
klap ik niet".
Haar breedwitte gestalte verdween naar de keuken. Af en toe hoorde ik
het gerinkel van kopjes en drong de geur van verse cacao mijn neus bin-
nen. Bedrijvig sjouwde de verpleger, bijgestaan door een van de patiën-
ten, met de tafels die hij tegen elkaar schoof om daarna de stoelen aan
te schuiven tot een grote ellips.
Allen gingen nu rond de tafels zitten of werden er door de verpleger heen-
gebracht. Het was feest, een orgie van chocolade, muziek en sigaretten.
Ik dacht aan de rustige sfeervolle avonden thuis of bij de ouders van
Marjo, ergens in het hoge noorden van een Waddeneiland . . .
Tenslotte kwam de zuster binnen, het behulpzame Pietje struikelend met
een blad kopjes achter haar. De broeder hield zich bezig met de pickup.
Een ogenblik later spoten militaire marsmelodieën uit de groeven van de
plaat omhoog, vulden de ruimte met hun opgewekt geschetter.
Voor ons op tafel stond de beloofde chocolade te dampen, een rozig
stukje gebak er naast.
„Het is zo gezellig voor de heren h è " riep de verpleegster naar de broeder
naast haar. Haar stem kwam nauweUjks boven het muziektumult uit. Het
grijzende haar viel in wanordelijke plukken langs haar gelaat. Haar lok-
ken waren kort als dat van een jong meisje. Ze lachte de broeder toe:
„ja dat vinden ze wel gezellig".
In wijde boog zaten daar naast elkaar de metaalarbeider, de handelsreiziger,
de ministerzoon, de boer uit Groningen, de accountant die zoveel ver-
schillende pakken had dat hij elke week een ander droeg, en zij waarvan
ik niets te weten was gekomen omdat elk contact onmogelijk bleek.
Zij allen zwegen.
De ministerszoon kauwde traag zijn gebak, de arbeider sliep met het hoofd
op tafel en de accountant mompelde in zichzelf verloren voor zich heen.
Met nietszeggende of altijd boze of bange ogen lieten zij de storm van
goedheid over hun hoofden razen. Morgen was het ook weer zondag.
Aan de ramen was het duister. De zuster had geboden de gordijnen open
te laten. Men zou op de andere paviljoens de gezelligheid van hun samen-
}04
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1962
Studentenalmanak | 436 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1962
Studentenalmanak | 436 Pagina's