Studentenalmanak 1962 - pagina 52
zekere spijtigheid, gezegd dat het hem niet gegund is geweest in Leiden
een goede wijsgerige scholing te krijgen en dat hem later de gelegenheid
heeft ontbroken dit tekort aan te vullen.
Doch hoe het ook zij, Goslinga heeft nergens uitvoerig uiteengezet wat
naar zijn inzicht wetenschappelijke beoefening van de geschiedenis in
Christelijke geest inhoudt. Moeten wij dat betreuren? M. i. niet, we heb-
ben immers zijn wetenschappelijk oeuvre en dat getuigt op meer directe
wijze hoe hij zijn taak heeft opgevat.
Men hoort vaak de mening verkondigen dat de Christelijke wetenschap
niet zo gecompUceerd moet worden gemaakt en dat aan haar niet de eis
van uitzonderlijke resultaten moet worden gesteld. De taak van de Christen-
geleerde is geen andere, zo zegt men, dan zijn werk goed te doen. Geeft
Goslinga's wetenschappelijke arbeid ons het recht hem in deze zin een
christen-historicus te noemen? M. i. zijn er niet voldoende aanwijzingen
dat hij met deze wel zeer simpele oplossing genoegen nam.
Wij merkten reeds op hoeveel Goslinga verschuldigd was aan de „Leidse
school", maar dat hij nochtans eigen weg is gegaan. Bestond die wellicht
hierin dat hij andere onderwerpen koos, meer belangstelling had voor de
kerk- en geestelijke geschiedenis? Een bevestigend antwoord op deze
vraag is in zijn werk echter niet te vinden.
We zouden kunnen doorgaan met vragen in deze trant te stellen, doch het
zou wel eens kunnen zijn dat we onze moeilijkheid op deze wijze ver-
keerd benaderden.
Een enkele maal kwam reeds ter sprake hoeveel Goslinga te danken heeft
gehad aan de Leidse traditie, doch we voegen er nu aan toe dat hij dieper
verbonden is geweest met een andere traditie, de Christelijke. Het moet
ons steeds weer treffen dat in het Christendom alle eeuwen door diep-
gaande belangstelling heeft bestaan voor de geschiedenis, niet slechts voor
de geschiedbeschouwing maar evenzeer voor wat we met een minder
mooi woord de feitelijkheid van de geschiedenis noemen. Voor het Chris-
telijk geloof zijn historische feiten van zo wezenlijke betekenis, dat het
vanzelfsprekend intense aandacht heeft voor het verleden, ook voor het
niet-Christelijk verleden.
Vele Christenen in onze tijd staan echter op gespannen voet met alles
wat historisch is; zij zullen wellicht veel kunnen vertellen over Goslinga's
48
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1962
Studentenalmanak | 436 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1962
Studentenalmanak | 436 Pagina's