Studentenalmanak 1962 - pagina 182
/
IV.
Uit het voorgaande laten zich de factoren in de Corpshistorie die vanaf
1953 direct en indirect het Corps drongen in de richting van een reorga-
nisatie, zoals die in 1961 in principe werd besloten en reeds gedeeltelijk
verwezenlijkt, aflezen. Ze zijn zo samen te vatten:
1. de grootte, die in het laatste decennium die van een leefbare corps-
gemeenschap, per postulaat te stellen op 500, overschreed en die in
de nabije toekomst volgens de statistische prognoses nog in bedui-
dende mate zal toenemen.
2. het verlangen naar integratie van de verschillende componenten van
het studentenleven, zoals daar zijn, in willekeurige volgorde: studie,
godsdienst, sociëteit, cultuur, sport,
3. de hestrijding van het steeds meer voorkomende externe nihilisme,
4. de samenwerking met de andere ge^elligheidskernen aan de V.U. om deze
problemen op te lossen en deze doelen te verwezenlijken.
De vele geopperde plannen tot reorganisatie werden begeleid door een
aantal andere uitingen van het geconstateerde ,reformbewustzijn', dat zich
in het algemeen keerde tegen de, volgens haar vertegenwoordigers, in het
Corps doorgedrongen liberale Studentengeest, die een opbouw van een
Christelijk Studentenleven in de weg stond. Als meest kenmerkende
uitingen van pogingen om dit te veranderen kunnen opgesomd worden:
de vijf Seniorenconferenties, een tweetal Corpscongressen, de oprichting
van bloeiende Corpsgezelschappen, terwijl ook de discussie rond het Gij
Geheel Anders nummer van Sola Fide (1957), hoe onzuiver de zaken hierin
soms gesteld werden, een getuigenis van een heersend onbehagen met de
status quo gaf.
Pas als we de genomen besluiten, in het licht van de beschreven ont-
wikkeling, in breder verband proberen te stellen, is het mogelijk om één
en ander op zijn juiste waarde te schatten. Overigens zou het niet juist
zijn om één en ander al te dogmatisch en te simplistisch te zien. Zo moge
het duidelijk zijn dat de individuen zich in hun activiteiten vrijwel altijd
ook buiten de geschetste lijnen begeven, of dat als tegengesteld beschre-
ven groepen bepaalde houdingen of ideeën van elkaar overnemen of met
elkaar gemeen hebben. De rectorale en corporale activiteiten van een
voorkamerrector' (^eer riskante benaming, t(oals trouwens het hek jargon) als
J. N . Scholten bewijzen dit ruimschoots. Niettemin menen we niet alleen
te staan in onze constatering, dat hier toch duidehjke ontwikkelingslijnen
in de recente Corpshistorie te onderkennen zijn.
180
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1962
Studentenalmanak | 436 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1962
Studentenalmanak | 436 Pagina's