Studentenalmanak 1962 - pagina 304
Ik zag dat het waaklampje was afgeschermd met een doek, zodat enkel op
het opengeslagen boek enig licht viel: Edward Multon-Cantage. Men leest
hier uitsluitend detectives en stichtelijke lectuur.
Het bloed bonsde tegen mijn slapen toen ik uit vak 26 van het rapporten-
kastje het mijne nam.
Behalve een medische status was er ook een maandelijks rapport bij.
Patiënt Johannus Swagers nr. 26 stond er boven.
December: pat. is goed gestemd, geeft geen moeilijkheden, regelmatig naar
zijn werk, eet en slaapt goed. Vrijetijdsbesteding: sjoelen, biljarten of
wasknijpers maken.
Dat moest het werk zijn van een oudere verpleger. Ik voelde enige wrevel
opkomen. Deze ongeziene man met zijn steile handschrift wekte merk-
waardigerwijze mijn woede op. Ook de andere handschriften haatte ik:
Januari: pat. doet zijn werk in de centrale goed, eet en slaapt goed, is
menselijk en tevreden.
Februari: pat. is altijd druk bezig met zijn tuintje, gaat rustig zijn gang, is
beleefd en menselijk.
Maart: pat. is stil, heeft weinig woorden, net of hij veel in gedachten is.
Ging ook niet meer naar de kerk, vond dit niet nodig zei hij, en was dan
weer heel verward.
A.pril: pat. gaat geregeld en trouw naar zijn werk, geeft geen moeilijk-
heden. Gaat nog niet naar de kerk.
Ik dacht aan de kleine, slechtgevulde gestichtskerk waar de bleke, ge-
zette dominee zijn preek nauweUjks meer door het gesnork van een sla-
per, het gillen van een toevallijder of een wind laat onderbreken. Een
godshuis waarin de waanzin hoogtij viert.
De woorden van de predikant schijnen te breken boven de hoofden van
de krankzinnigen. De brokstukken kantelen door de ruimte over de ver-
starde gemeente. Onbegrepen. Het is als met de wonderlijke nachtelijke
beleving, die overdag, in het licht van de zon, in een andere minder be-
langrijke essentie oplost. Een openbaring van het onderbewuste, die men
bij dag tot „maar een d r o o m " relativeert.
Bovendien voel ik mij als licht geval niet thuis in een menigte van veelal
misvormde, uitdrukkingsloze gezichten . . . De meeste van mijn soort
maken van de stichtingsdiensten dan ook geen gebruik.
Plosteling hoorde ik de broeder terugkomen. Zijn stappen klonken luid
door het donkere gebouw. Snel griste ik de papieren bij elkaar en zette
de map in het vakje.
Een ogenblik later in de veilige warmte van het bed, kon ik niet meer in
slaap komen. Ergens in de kamer begonnen mijn gedachten zich in te
spinnen als een reusachtige zijderups. De rups was een levensgrote vraag:
ß02
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1962
Studentenalmanak | 436 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1962
Studentenalmanak | 436 Pagina's