Studentenalmanak 1962 - pagina 57
artikelen in dag- en weekbladen meegeteld, het is een statige reeks. Men
mocht willen, dat ieder jong classicus zich zo weerde, als Sizoo het in
die jaren gedaan heeft — en hij moest toen toch ook de beruchte volledige
betrekking vervullen en had daarbij een jong gezin. Volledig uitgegroeid
is hij echter in die publicaties nog niet — alweer: ik spreek met het latere
oeuvre voor ogen. In Stemmen des Tifds (toentertijd een belangrijk perio-
diek, waarvoor we nog steeds niets in de plaats hebben) van 1924 schrijft
hij een artikel over Sappho. Zijn bewondering voor het werk van de
dichteres is evident (de aesthetische waardering van de antieke litteratuur
is bij hem nooit te kort gekomen). Maar de normen, waarmee hij meet
en de termen, waarin hij zijn bewondering tot uiting brengt, blijven nog
ietwat conventioneel. Bijna proeft men enig classicisme.
E n dat bevreemdt, want bij Sizoo heeft de nawerking van het idolen op-
richtende classicisme van de eerste helft der negentiende eeuw vrijwel
geen sporen nagelaten. De resultaten van de historische opvatting, die in
de tweede helft van die eeuw en in het begin van de onze als reactie op
het classicisme zich baan gebroken had, waren zo zeer zijn geestelijk bezit
geworden, dat hij ook niet in de verleiding kwam om als iconoclast op
te treden: dat de grote Grieken en Romeinen menseïf waren geweest van
gelijke beweging als wij, wist hij heus wel, ook zonder zwaarwichtige
en geleerde anticlassicistische vertogen. De keus van het terrein, waarop
hij bij voorkeur werkte, demonstreerde reeds voldoende zijn vrijheid van
classicistische banden. Maar in zijn toen ook al harmonische wetenschap-
pehjke geest sloot aanvaarding van de door de historiserende beschou-
wing onvermijdelijk meegebrachte relativering van de grote figuren der
Oudheid allerminst bewondering voor hun grootheid uit. Daarom kon
het zogenaamde derde humanisme, dat omstreeks 1925 opkwam als een
soort krampachtige reactie op de vermeende ontluistering van antieke
waarden en normen door de historische beschouwing, hem ook koud
laten: hij was een veel te nuchter en een veel te Christelijk philoloog om
de mythe te aanvaarden, die het derde humanisme wilde scheppen, en de
geforceerde restauratie had hij niet nodig.
Als het gebleven was bij wat Sizoo in de jaren tot 1928 tot stand ge-
bracht heeft, zouden wij reeds verplicht zijn hem als een verdienstelijk
en veelzijdig classicus te herdenken. Maar intussen was het werk vol-
dragen, dat hem zijn unieke plaats onder de nederlandse classici met één
slag en voor goed verzekerd heeft. Ik bedoel natuurlijk de vertaling van
Augustinus' Confessior.es, in 1928 voor het eerst verschenen. De lof van
dit werk behoef ik niet te zingen: de opgang, die een geschrift maakt,
is niet altijd een garantie voor de kwahteit, maar in dit geval is het grote
succes zeker verdiend geweest. Nog dezer dagen heeft de Nijmeegse
J3
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1962
Studentenalmanak | 436 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1962
Studentenalmanak | 436 Pagina's