Studentenalmanak 1963 - pagina 282
zich als advocaat in Den Haag gevestigd had, woonden ze dicht bij elkaar.
Wanneer enige tijd later De Gheyn een voortreffelijke gravure snijdt
van beider woonplaats Den Haag, maakt Hugo Grotius er een lofprijzend
gedicht bij, te vinden aan het begin van het eerste boek met Epigrammen in
de Poemata Collecta van 1617:
In imaginem Hagae
Haga ego (fama tuas etenim mea contigit aures).
Qua non est toto laetior Orbe locus . . .
Ik ben Den Haag (mijn roem bereikte vast reeds uw oren),
'n Heerlijker stad is_er niet, 't wonen is hier een plezier . . .
Er was dus een intensief graflsch-literair en wellicht ook vriendschappelijk
contact tussen Grotius en De Gheyn. Zou deze zich misschien in de Hircus-rel
hebben gemengd, door voor zijn vriend een schets te maken van een
bergbok achterop diens met de pen vervaardigd portret? En zou die bok
niet enige evidentie kunnen opleveren dat het schrijvertje met de ganzepen ^'')
„out sijnde 18 jaer" toch waarlijk de dichter van de Adamus Exul is: Hugo
de Groot ?
30 Zie p. 273.
Bij de ,,herdichtingen" en „vertalingen" hebben enkele Neerlandici mij terzijde
gestaan: de heren J. W. Geels, A. H. Mulder en drs. J. E. Rijnsdorp.
278
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1963
Studentenalmanak | 482 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1963
Studentenalmanak | 482 Pagina's