Studentenalmanak 1963 - pagina 263
gelukkig ambassadeursbestaan voerde dat op zijn beurt tot een onverwachte
en tragische dood heeft geleid*). De verjaardag die Grotius in april 1598
tijdens zijn reis door Frankrijk vierde, zou, helaas, door vele „Franse"
verjaardagen - niet op reis, maar in ballingschap - worden gevolgd! Het
kind, dat reeds vanaf het achtste levensjaar zijn vaardige pen de Latijnse Muze
toewijdde, onderwierp zich, verblind door de glans, aan wat anderen wensten,
ging over in de dienst van Astraea, de hemelgodin van het recht, en . . . be-
treurde levenslang - in gesprek, brief en gedicht - die onherroepelijke keuze:
' Quem sibi quindenis Astraea sacravit ab annis
Talis HUGEIANUS GROTIUS orajero.
Door Astraea gewijd tot haar dienst toen ik vijftien jaar oud was,
Toon ik Huig-Jan de Groot hierbij aan u mijn gelaat.
Aldus het distichon dat hij plaatste onder de gravure dis Jacques de Gheyn
vervaardigde naar de tekening die deze kunstenaar tevoren zelf van hem ge-
maakt had ^). Op deze koele epigrammatische constatering van een feit, zul-
len vele gedachtenissen in een mineurtoonaard volgen.
Dat gebeurde al enkele maanden na zijn verhuizing naar Den Haag, waar
hij december 1599 als advocaat aan beide hoven, de Hoge Raad en het Hof
8 Op terugreis uit Zweden - waarvan hij Frans ambassadeur was —, werd
Grotius door zwaar noodweer overvallen. Hij werd ernstig ziek en stierf ten
huize van Prof. Johannes Quistorpius in Rostock, na te hebben betuigd: „Ego
ille sum Publicanus (seil, peccatorem se fatens). Progredior ad Christum, extra
quem nulla est salus"; „In Christo omnis spes mea est reposita."
9 Deze mooie tekening, met de zilverstift vervaardigd, geeft Huig de Groot's beel-
tenis weer uit de tijd van de Franse reis. De tekening is, vooral wat het gelaat betreft,
veel mooier, veel levendiger dan de gravure ervan en is daarom gekozen om voorin dit
opstel te worden geplaatst. Ze is aanwezig in het Museum Fodor (Cat. no.
70). Sommigen houden ze voor een werk van Hendrik Goltzius; in de rechterboven-
hoek staat namelijk diens monogram, daaronder echter een verkeerd jaartal. De heer
B. J. A. Renckens (Rijksbureau voor Kunsthistorische Documentatie) maakte mij
er opmerkzaam op, dat het monogram vals moet worden geacht. De toekenning aan
De Gheyn door E. A. van Beresteyn {Iconographie van Hugo Grotius, 1929, p. 16 en
29) is juist. Ook in het recente grote werk van E. F. J. Reznicek, Die Zeichnungen von
Hendrik Goltzius (2 dln.), wordt de tekening niet aan Goltzius toegeschreven. Grotius
toont op dit portret de medaille die hij van Hendrik IV kreeg.
261
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1963
Studentenalmanak | 482 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1963
Studentenalmanak | 482 Pagina's