Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Studentenalmanak 1963 - pagina 278

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Studentenalmanak 1963 - pagina 278

2 minuten leestijd

Quis subitus ardor iste, quae lux emicat?

Corripuit hortum flamma, et excelsae arbores

Ardent sine igne, ferridumque incendium

Trepide vagatur, qualibus caelum nitet

Illustre facibus: integrum flagrat nemus.

Haec digna thalamis taeda praelucet meis:

Hominum propago patriam hac discet nota.

Waar komt die hitte, waar - eensklaps - dat licht vandaan?

De tuin laait, zonder dat men vlammen uit ziet slaan,

de bomen zengen weg. Een gloed die zich verplaatst,

een fakkelweerschijn - langs het uitspansel weerkaatst -

schroeit voort, verterende geheel het Paradijs.

Deze toorts ga mij voor op liefde's aardse reis,

opdat de telg hierlangs ons land van herkomst vinde. ^*)

Een medaille heeft haar keerzijde. Dat geldt ook van Grotius' poëzie. Soms

meent men dat ze slechts edel, ernstig en „geleerd" is, „pedant" heeft men

wel eens gezegd. Toch heeft ze niet zelden een heel ander gezicht. Speelsheid

ontbreekt niet. Op „humorisme" en levendig „realisme" bij Grotius is al een

en ander maal gewezen. Zijn satirisch talent kwam echter nog te weinig aan de

orde. En toch openbaart zich ook dat menigmaal, nog in zijn laatste levens-

jaren; getuige het Griekse distichon ^^), door hem gedicht bij de dood van Fran-

cois van Aerssen, de bekende tegenstander van Oldenbarnevelt, die vanzelf-

sprekend bij Grotius in een héél slecht blaadje stond:

7jXvg èrjv Yv^rjv ó Wvldgyvgog' ovvo/jiavd 'ägafjv.

'ÄQasvixov è^èrvfjioq Ttargidi, roïg re 0iXoig.

Aerssen, in 't Grieks „agarjv" is mannelijk, althans van name.

'n Geldwolf was hij, verwijfd! Gif voor zijn land en zijn vriend!

Wel is poëzie die zó persoonlijk attaqueert, in Grotius' dichtwerk vrij schaars.

Uit de eerste jaren na de Franse reis is echter van hem een aantal gedichten

24 Van Eysinga, a. w., p. 51. De herdichting is van M. Nijhoff.

25 II. Grotius, Epistolae quotquot reperiri potuerunt, 1687, p. 932 (brief aan zijn

broer Willem, d.d. i februari 1642).

274

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1963

Studentenalmanak | 482 Pagina's

Studentenalmanak 1963 - pagina 278

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1963

Studentenalmanak | 482 Pagina's