Studentenalmanak 1963 - pagina 279
gevonden van een zeer sterk invectief karakter. Ze moeten beoordeeld worden
in het licht van die tijd. In Grotius' dagen hield men duidelijk van schelden
en terugschelden, liefst wat grof. Alle veelzijdige dichters uit die tijd hebben
enige scheldpoëzie op hun rekening staan. We nemen die niet voor ónze re-
kening, ook al komt ze van de jeugdige Hugo de Groot, maar willen toch
bedenken dat puritanisme en preutsheid pas later hun werking op ons taal-
gebruik deäen voelen en ook het schelden verfijnden!
In 1602 verscheen in Leiden, zonder drukkersnaam, een merkwaardige bundel
gedichten waarvan het maar goed is dat ze in het deftige Latijnse taalpak zijn
gestoken. Het is de Lusus Variorum in Tragoram cognomento Brassicam:,, Ge-
dichten van verschillende lieden op Tragoras met de weidse bijnaam Brassica",
d.w.z. „op Bockenberg met de weidse bijnaam Cool". Die Bockenberg en
Cool zijn twee verschillende mensen; waarschijnlijk wil de titel van de bundel
met de identificatie tot uitdrukking brengen: 't is één potnat". Deze smaad-
poëzie is namelijk gericht tegen de historicus Peter Cornelisz. Bockenberg,
tegen diens dito bloedverwant Jacob Cool, alsook tegen een oudere geschied-
schrijver (uit de dagen van Erasmus) - en eveneens bloedverwant - Reinier
Snoy. Bockenberg is „Tragoras" of „Hircus", Cool is „Brassica". Ze worden
door al het vuil gehaald dat op de wijze van de klassieke satire door de poëti-
sche beugel kan. De „hircus" Bockenberg het meest, want hij is na een genuan-
ceerd geestelijk en wereldlijk leven in Holland weergekeerd en daar, bij wijze
van spreken, met een „beurs" begiftigd ten bate van zijn historische studiën.
Zodoende durft hij de officiële geschiedschrijver, de grote Janus Douza -
wereldvermaard neolatijns dichter - aan. Een jarenlang conflict was het ge-
volg, en dat conflict werd in 1602 tot rel. In Petrus Scriverius werd de hele
kring van jeugdige humanisten rondom Douza door hem beledigd. Hun
wraak was grof en soms ook geestig ^^).
26 De „wetenschappelijke tegenstellingen" worden beschreven door H. Kampinga,
De opvattingen over onze oudere vaderlandsche geschiedenis bij de Hollandsche
geschiedschrijvers der l6e en ije eeuw, 's-Gravenhage 1917 en B. A. Vermaseren,
Bijdr. Meded. Utr. Hist. Genootschap, 1954, 49-109; 1955, 1-8.
Over P. C. Bockenberg als historicus kunnen beslist wel goede dingen gezegd
worden; tenslotte heeft P. Scriverius dan ook een waarderend grafschrift voor
hem opgesteld, dat een plaats kreeg in de St.-Pieterskerk te Leiden.
275
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1963
Studentenalmanak | 482 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1963
Studentenalmanak | 482 Pagina's