Studentenalmanak 1963 - pagina 301
bus deden, keken de heilssoldaten rond of er niet iemand ontsnapte. „Ze zijn
wel wat brutaal, dacht meneer Krans, maar ze halen vast veel op."
— Heb jij wel eens iemand van het leger des heils in de stad zien spreken? vroeg
meneer Krans aan de jongen. De jongen dacht even na. („Vroeger, als hij
met zijn moeder door de stad liep, er was muziek , een valse trompet, dansende
tamboerijnen, een man met een leren stem. Laten we doorlopen, zei zijn
moeder, ?o meteen gaan ze geld ophalen.")
— Ja, zef hij toen, ze gaan op de hoeken van de straten staan en maken muziek.
Als er dan genoeg mensen omheen staan, gaat er één naar voren en spreekt.
— Dat heb ik ook wel eens gezien, zei meneer Krans, maar ik kan geen mu-
ziek maken. Ik denk dat ik zomaar ga spreken.
Hij stond stil voor een stoplicht en keek naar de verkeersstroom. Toen het
licht op groen sprong, lag de straatbedding droog. „Het is eigenlijk een wonder
dacht hij: een stuwdam van rood licht. Als het licht verspringt voor ik aan
de overkant ben, verdrink ik."
Het was druk in de binnenstad. De mensen hepen door de nauwe straten of
stonden op de hoeken in kleine groepjes met elkaar te praten. Sommigen
liepen haastig, met grote passen, anderen langzaam meeschuivend in de massa.
De stad lag onder een deken van geluid. De straten gonsden van woorden.
Af en toe klonk de metalen stem van het politieautootje. Dan weken de mensen
uiteen en het kwam tevoorschijn uit de menigte, als een vis die even lucht
komt happen om dan weer kwakend tussen de mensen te verdwijnen. „Een
vis die kwaakt dacht meneer Krans, als ik dat zeg zullen ze me uitlachen.
Ik zal voorzichtig moeten zijn en op mijn woorden moeten passen. Ben ver-
keerd begrepen vergelijking of een foutief gebruikt woord is onherstelbaar.
Ik zal zo eenvoudig mogelijk spreken."
— Ik denk dat ik hier maar blijf staan, zei hij tegen de jongen. Het is hier een
druk punt. Als jullie nu met z'n tweeën om me heen gaan staan, hebben we
alvast een groepje. Dan komen er vanzelf wel mensen bij staan, als ik ga spreken.
Als er niemand staat te luisteren, denken ze dat het niet interessant i s . . .
Toch is het jammer dat we geen trommels hebben of zoiets.
De jongen gaf het kleine meisje een hand en ging zo staan dat de mensen die
de hoek om kwamen met een boogje om hen heen moesten lopen. „Het lijkt
niet erg op een groep, dacht meneer Krans, . . . bij het leger des heils staan
-295
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1963
Studentenalmanak | 482 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1963
Studentenalmanak | 482 Pagina's