Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Studentenalmanak 1963 - pagina 301

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Studentenalmanak 1963 - pagina 301

3 minuten leestijd

bus deden, keken de heilssoldaten rond of er niet iemand ontsnapte. „Ze zijn

wel wat brutaal, dacht meneer Krans, maar ze halen vast veel op."

— Heb jij wel eens iemand van het leger des heils in de stad zien spreken? vroeg

meneer Krans aan de jongen. De jongen dacht even na. („Vroeger, als hij

met zijn moeder door de stad liep, er was muziek , een valse trompet, dansende

tamboerijnen, een man met een leren stem. Laten we doorlopen, zei zijn

moeder, ?o meteen gaan ze geld ophalen.")

— Ja, zef hij toen, ze gaan op de hoeken van de straten staan en maken muziek.

Als er dan genoeg mensen omheen staan, gaat er één naar voren en spreekt.

— Dat heb ik ook wel eens gezien, zei meneer Krans, maar ik kan geen mu-

ziek maken. Ik denk dat ik zomaar ga spreken.

Hij stond stil voor een stoplicht en keek naar de verkeersstroom. Toen het

licht op groen sprong, lag de straatbedding droog. „Het is eigenlijk een wonder

dacht hij: een stuwdam van rood licht. Als het licht verspringt voor ik aan

de overkant ben, verdrink ik."

Het was druk in de binnenstad. De mensen hepen door de nauwe straten of

stonden op de hoeken in kleine groepjes met elkaar te praten. Sommigen

liepen haastig, met grote passen, anderen langzaam meeschuivend in de massa.

De stad lag onder een deken van geluid. De straten gonsden van woorden.

Af en toe klonk de metalen stem van het politieautootje. Dan weken de mensen

uiteen en het kwam tevoorschijn uit de menigte, als een vis die even lucht

komt happen om dan weer kwakend tussen de mensen te verdwijnen. „Een

vis die kwaakt dacht meneer Krans, als ik dat zeg zullen ze me uitlachen.

Ik zal voorzichtig moeten zijn en op mijn woorden moeten passen. Ben ver-

keerd begrepen vergelijking of een foutief gebruikt woord is onherstelbaar.

Ik zal zo eenvoudig mogelijk spreken."

— Ik denk dat ik hier maar blijf staan, zei hij tegen de jongen. Het is hier een

druk punt. Als jullie nu met z'n tweeën om me heen gaan staan, hebben we

alvast een groepje. Dan komen er vanzelf wel mensen bij staan, als ik ga spreken.

Als er niemand staat te luisteren, denken ze dat het niet interessant i s . . .

Toch is het jammer dat we geen trommels hebben of zoiets.

De jongen gaf het kleine meisje een hand en ging zo staan dat de mensen die

de hoek om kwamen met een boogje om hen heen moesten lopen. „Het lijkt

niet erg op een groep, dacht meneer Krans, . . . bij het leger des heils staan

-295

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1963

Studentenalmanak | 482 Pagina's

Studentenalmanak 1963 - pagina 301

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1963

Studentenalmanak | 482 Pagina's