Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Studentenalmanak 1963 - pagina 303

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Studentenalmanak 1963 - pagina 303

2 minuten leestijd

meneer Krans ze zullen gaan luisteren. Ze voelen het, ze moeten het alleen

nog weten."

Hij zag het kleine meisje staan en de jongen. „Zij geloven het, dacht hij, maar

als er niemand komt luisteren, gaan ze twijfelen."

Hij sprak en de zinnen deden wanhopige sprongen tegen de schutting op.

— Mensen, riep hij . . .

Toen rinkelde er iets voor zijn voeten. Hij stokte. Zijn gezicht bevroor. Hij

keek alleen. Hij keek alsof het licht uit zijn ogen was weggeflitst.

— Een dubbeltje, zei het meisje.

— Ze gooien met geld, zei de jongen. Ze gooien met geld zoals op koninginnedag.

Meneer Krans leunde met zijn handen tegen de muur. Hij staarde naar de

schutting van mensen en brak langzaam als de steel van een bloem. Toen

draaide hij zich om en ging weg. Hij zei niets. Hij liep langs de huizen, vlak

langs de muren en de etalages. De jongen keek hem na tot hij verdwenen was

tussen de mensen. Hij bleef staan kijken tot het kleine meisje hem aan zijn arm

trok.

— Ik moet naar huis, het is al laat.

— Ik ga nog even naar iemand toe, zei de jongen. Ik breng je wel even.

Hij gaf haar een hand en samen liepen ze door de straten die steeds stiller

werden. Ze zeiden niets en de jongen nam te grote stappen. Toen hij het merkte

ging hij langzamer lopen.

In een portiek stonden een meisje en een jongen. Het kleine meisje zag even

hun armen, toen haar gezicht. Ze trok zich aan hem op, haar ogen dicht.

In haar gezicht ging de zon op.

Het kleine meisje zag het nog steeds voor zich: die handen, die armen, het

g e z i c h t . . . En terwijl ze doorliep aan de hand van de jongen, dacht ze na

over iets, dat ze bijna wist, iets waar je net niet op kunt komen: het kennen

van het raadsel waarmee haar leven pas werkelijk zou beginnen.

De jongen keek naar de trottoirtegels. Hij was weer sneller gaan lopen en

soms trok hij het kleine meisje haast achter zich aan.

,,Alles is mislukt, dacht hij. Ze hebben er niets van begrepen. Ze hebben het

niet eens gehoord. Hij heeft gelijk. Hij heeft onbestaanbaar gelijk. Dat is de

297

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1963

Studentenalmanak | 482 Pagina's

Studentenalmanak 1963 - pagina 303

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1963

Studentenalmanak | 482 Pagina's