Studentenalmanak 1963 - pagina 312
hij omkeek zag hij een vrouw achter zich staan; het was de moeder van het
weeshuis waar hij voorlopig zou worden ondergebracht. Zij lachte hem op-
gewekt toe en maakte kwieke wijsgebaren (zij zouden het samen wel rooien).
Ze bracht hem binnen in de gezellige wezenzaal, kosten noch moeite had men
zich gespaard om hiervan iets gezelligs te maken, ieder zijn eigen lichte hoekje
en volop gelegenheid tot breien en sjoelen. Er was veel sfeer. Allen pakten
zijn hand beet en zeiden Dag en op het laatst kon hij ook Dag zeggen, en
daar was toen wel het eind van weg, zo verrukkelijk was dat. Die pels kon
natuurlijk niet langer meer, vond de moeder en haar man had nog wel wat
oude kleren, daarmee kon hij nog knap voor de dag komen. En als hij wat
wou eten, ze kon best wat aardappels opbakken, of hij kon natuurlijk ook
sjoelen als hij dat liever wilde. En hadden Eskimo's ook een geloof? Nou,
maar dat zou nog best terechtkomen.
De aanpassing van de Eskimo werd met kracht ter hand genomen: hij leerde
woorden van de vreemde taal; hij sprak ze nog wel gebroken maar dat mocht
niet hinderen, want hij ontmoette overal warm begrip. Hij maakte zelf zijn
bed op, zei Goedemorgen en leerde vioolspelen; binnen korte tijd wist hij al
een eenvoudige suite te brengen. Niettemin moet men de mens nooit belem-
meren in zijn eigen kultuurpatroon en zo kon men hem eens in de week op
een bankje voor het weeshuis zien zitten, dat was afspraak en tenslotte bleef
hij Eskimo. Hij moest dan wat zeggen in zijn eigen taal en hij had zijn pels
weer aan en de fles traan hing aan zijn zij; soms liep hij rondjes. Een oplettend
fabrikant bracht de speelgoedset,,eskimo toen en nu", opwindbare poppetjes,
het een liep rondjes, het ander speelde mooi viool. De weesmoeder bracht
het eens voor hem mee; U moet maar denken, het is maar speelgoed, maar
hij vond het leuk en speelde er veel mee.
Toen de weesmoeder jarig was mocht hij bij de visite zijn; hij zat op een pouflfe
en wiebelde hierbij een beetje omdat hij het niet gewend was en dit maakte
een schilderachtige indruk. Hij at gebakken aardappels en boerde daarna
luidop; de weesmoeder wees er op dat dit in het Noorden niets te betekenen
had; maar dat hoefde niet, want allen vonden dat hij verrukkelijk boerde.
Het was die avond dat hij plotseling doodging; hij speelde juist viool.
En daar hebben we dan natuurlijk het dichtertje dat het wel door had en later
schreef dat er een veer in het poppetje gesprongen was. Maar voorlopig geen
306
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1963
Studentenalmanak | 482 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1963
Studentenalmanak | 482 Pagina's