Studentenalmanak 1963 - pagina 302
altijd veel meer m e n s e n . . . Ik zal het toch maar zo proberen." Hij voelde
even of zijn jasje dicht was en zei:
— Dames en heren.
En toen nog eens, iets luider:
— Dames en h e r e n , . . . Misschien begint vanavond nog een grote staking: een
proteststaking. Dit is een zeer belangrijke gebeurtenis, want eindelijk wordt
er geprotesteerd. Weinigen weten waarin het huidige gevoel van onbehagen
zijn oorzaak heeft. Weinigen weten waartegen geprotesteerd wordt. Er moet
geprotesteerd worden tegen het gevoel van zekerheid dat men ons opdringt,
tegen de valse voorspiegelingen van geborgenheid . . .
,,Hij praat tegen een schutting van mensen, dacht de jongen. En alles wat hij
in nette zinnen op die schutting schrijft, wordt schuttingtaai. Is hij dan de
enige die er iets van begrijpt? De mensen die zijn woorden dragen maken er
obsceniteiten van. Ze blijven maar doorlopen. Waarom blijft er niemand staan?
Als er een stilstaat, valt de schutting uit elkaar. Als er één luistert, kan het
geen uur duren, of iedereen weet het." Hij keek naar de stenen en bad dat er
iemand stil zou staan.
— Waarom knijp je zo in m'n hand? zei het kleine meisje.
Hij liet haar hand los en stak zijn handen in zijn zakken. ,,Waarom, waarom,
dacht hij, niemand weet het. Hij praat en ik kan hem niet eens verstaan en de
mensen lopen voorbij . . . voorbij. Waarom begrijpen ze het niet? Waarom
begreep zij het vanmiddag niet? Waarom wist ik het vanmiddag niet meer?
„ . . . Ik kom terug. . ." De mensen gaan voorbij . . . voorbij.
— Kijk, die meneer was het, zei het kleine meisje, en ze wees naar een man
met een bruine regenjas. Hij heeft nou een hoed op. Hij loopt weg alsof hij
plotseling haast heeft, net als vanmiddag. Kijk, daar loopt hij, zie je hem?
-— Ja, knikte de jongen.
Hij zag allemaal mensen weglopen, komen aanlopen en weglopen.
Meneer Krans sprak door. Hij bedacht goede, eenvoudige zinnen. Hij zei
dat het een belangrijke avond zou worden, dat de mensen weer vrij zouden
worden en meer zouden kunnen dan alleen maar doodgaan. Hij zei dat ver
schillende malen en op verschillende manieren. Hij probeerde de mensen te
treffen door ze strak aan te kijken, maar ze liepen weg met zijn woorden op
hun rug. Niemand wist welke woorden hij droeg. „Ik blijf volhouden, dacht
296
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1963
Studentenalmanak | 482 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1963
Studentenalmanak | 482 Pagina's