Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Studentenalmanak 1963 - pagina 53

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Studentenalmanak 1963 - pagina 53

2 minuten leestijd

wijsgerige sociologie, waarvan de draden met de sociale werkelijkheid niet

meer te zien waren, maar hij had juist een scherp oog voor de sociale reali-

teit van gezinstypen en industrialisatie, voor middenstandersproblemen en

onmaatschappelijkheid; hij nam daar ook kennis van, hij bezat ook het

vermogen die kritisch te bezien. Wie het artikel in het Sociaal Maandblad

„Arbeid" leest, dat hij schreef n.a.v. het boek van Tobi en Luyckx over

„Herkomst en toekomst van de Middenstander", die is blij verwonderd over

de scherpzinnige analyse die hij van het boek gaf, alle valkuilen, die er in het

cijfermateriaal van deze studie lagen, legde hij bloot alsof hij jarenlang

medewerker aan het C.B.S. was geweest. Scherp ook analyseerde hij socio-

logisch gezien speculatieve boeken, die de kwalen der samenleving terug-

voerden op dirigisme, massificering en dergelijke modebegrippen meer. Deze

quasi-sociologen ontmaskerde hij geheel. En het is daarom, dat ik van me-

ning ben, dat Van Dijk een goed socioloog was, in zekere zin beter dan an-

dere, in beginsel stellig. De Nederlandse sociologen laboreren namelijk - en

hun wetenschappelijke herkomst draagt daarvan de voornaamste schuld -

aan een pijnlijk gebrek aan filosofische kennis en denkvermogen. Van Dijk

behoorde tot de weinigen van wie dit niet behoeft te worden gezegd. Wat

hem als geleerde en docent zo uniek maakte was zijn opvatting dat wijsgeri-

ge sociologie, sociografie en theoretische sociologie samen de ene ondeelbare

wetenschap van de sociologie vormden. Hiervan getuigde hij reeds in zijn

inaugurele oratie getiteld: „Enige opmerkingen over sociologie als weten-

schap". Dat was dus in 1949, derhalve eerder dan Lammers en Van Doorn

hun befaamde artikel schreven over het overbodige onderscheid tussen socio-

logie en sociografie. Maar Van Dijk heeft deze overtuiging niet alleen als

curiositeit uitgesproken, hij heeft haar in zijn werk waar gemaakt en doen

doorklinken. Dat maakte de samenwerking met hem - ook al was ons beider

gedachtenwereld allerminst congruent en de aanpak der dingen soms geheel

verschillend - tot een vruchtbare belevenis: er was belangstelling en begrip

voor eikaars benadering van allerlei problemen, we spraken - figuurlijk -

geen verschillende talen.

Wanner ik verder over zijn werk spreek, moet ik wel memoreren de ver-

anderingen waarvoor hij steeds is geplaatst: Indologie, Indonesisch staats-

recht, sociologie. Sociologie weliswaar lange tijd, maar niet ongestoord.

51

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1963

Studentenalmanak | 482 Pagina's

Studentenalmanak 1963 - pagina 53

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1963

Studentenalmanak | 482 Pagina's