Studentenalmanak 1963 - pagina 264
van Holland, werd ingeschreven, zestien jaar oud. Leiden, de Muzenstad,
stad van een wereldvermaarde humanistenkring en van een jonge vooruit-
strevende academie, had hij vaarwel gezegd. Wanneer zijn vriend Daniel
Heinsius hem vandaar kwam opzoeken om samen te werken aan de vernieu-
wing van de klassieke tragedie^"), voelde hij zich vreemdeling geworden in
het rijk der poëzie; en zo dichtte hij in september 1600 voor Heinsius naar
aanleiding van diens overkomst een Elegia ^^) die kort na haar begin op dit
punt niet kan worden misverstaan:
Maior adest, gaudete: vidit meus Heinsius Hagam
Nee vacuos Musis spernit adire Lares.
Sic etiam supero descendens hospes Olympo
luppiter, ad Pelopis creditur isse domum.
'n Hoger Wezen verschijnt, mijn Heinsius komt naar Den Haag toe.
Die zich verwaardigt, thans 't Muzenloos huis in te gaan.
Zo zegt men, daalde eens Juppiter neer van de hoge Olympus.
Om naar Pelops te gaan, groetend diens nederig huis.
Dat dit niet louter speelsheid is, gemengd met de bekende hoogmoedige
humanistennederigheid, bewijst het epicedium dat Grotius dichtte bij de
dood van Geertruid van Oldenbarnevelt, dochter van de Landsadvocaat,
echtgenote van Reinoud van Brederode, later president van de Hoge Raad.
Dat Epicedion Gertrudi ab Olden-barnevelt 1^), een gevoelige treurzang, spreekt
10 Uit hun beider correspondentie en niet minder uit de gedichten die zij tot elkaar
richten, blijkt een intensief filologisch en poëtisch samenwerken. Wat het treurspel
betreft, wilden zij de beïnvloeding door het blijspel van Plautus en Terentius breken
om een moderne Senecaanse tragedie te scheppen, hetgeen hun gelukte! Vandaar het
aanvankelijk Senecaans karakter van Vondels treurspel. Uit deze activiteit kwam
Grotius' Adamus Exul in 1601 voort, en in 1602 Heinsius' drama op de dood van
Prins Willem, de Auriacus sive Liberias Saucia. Zie hierna p. 273-274.
11 Te vinden in een kladhandschrift dat zich in de Leidse Universiteitsbibliotheek
bevindt (Papenbroeck, no. 10, fol. i ro). Er staat boven: Descriptum Heinsio. Hij heeft
het dus voor zijn vriend overgeschreven.
12 Achterin Grotius' Sacra in quibus Adamus Exul (ed. 1601), 2e afdeling, p. 44-53.
Geertruid stierf 25 juni 1601.
.262
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1963
Studentenalmanak | 482 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1963
Studentenalmanak | 482 Pagina's