Studentenalmanak 1963 - pagina 325
de hele avond grofheden kunnen permitteren, omdat ze daar als „ondeugende
grapjes" klinken. En hun vrouwen, hun vrouwen die whisky drinken, en
voortdurend angstwekkend lachen, en om twee uur half zat worden meege-
troond . . .
MEISJE Waarom blijf je daar? (stil. Henk kijkt langs haar heen, glimlachend,
als voor zich zelf):
HENK Omdat er één keer iemand anders kwam. Ze was alleen en wilde bijna
nooit dansen. 2e keek vaak naar mij en dan glimlachte ze. Ze zei: „Wat speelt
u mooi!", net zoals ze gezegd zou hebben: ,,Wat een grappige piano is dat!"
En een paar avonden later kwam ze weer, en toen nog een keer. Tegen iedereen
was ze vriendelijk, en niemand maakte indruk op haar. Ze liep maar wat rond,
of zat te kijken, of hield iemand voor de gek. Af en toe zei ze wat tegen mij:
„Waar is de tijger vanavond?" of: „Doedeledoedeledoedele." Als ik vrij
had gingen we vaak samen uit, en terwijl we zo praatten en lachten, werd ze
helemaal van mij. (Hij kijkt naar het meisje dat aandachtig zit te luisteren.
Feller dan hij bedoelt): Helemaal, begrijp je? (Het meisje knikt nauwelijks
merkbaar). Nou, en op een goeie dag hielden we er mee op, bzzzt, weg!"
(Men hoort ineens een draaiorgel en uitroepen als: ,,Hebt u nog wat voor de
draaiorgelman?" - „Japie, klerelijer, donder op!" - „Een glaasje mag ook wel."
- „Hé, da's een rotstreek, Japie!" etc). Mooi, hè. Droompje van een pianist.
MEISJE (na een kort stilzwijgen). Waarom ben je niet met haar getrouwd,
sufBe? (ze glimlacht). Soms he, dan gaat iets kapot, omdat je het te mooi
wilt maken. Geloof je niet? (Henk reageert niet - hij zit in gedachten voor zich
uit te kijken).
Ik had een vriend he, Jimmy. Zo heette hij. We hielden erg veel van elkaar,
totdat... (ze stokt. Ze houdt nog steeds van hem. Ze begint overnieuw).
Op een dag kwam hij bij me en zei: „We lopen de blauwe lucht achterna, en
niet mekaar. Zoals ik van je houden wil, kan het niet." En toen ging hij weg.
Ik had nog tegen hem gezegd: „Ik wil de blauwe lucht helemaal niet, ik wil
jou!", maar hij wilde me niet geloven. Misschien kon hij dat ook niet. Ik
heb hem toen niet meer gezien, tot vanmiddag. Ineens zag ik hem staan,
op straat, en hij schrok toen hij me zag. Ik riep: „Jimmy, Jimmy!" en wilde
een heleboel zeggen, maar hij liep hard weg, zo hard dat ik niet eens gepro-
beerd heb bij hem te komen. Maar ik wil hem nu nooit meer zien, nee, Jimmy,
319
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1963
Studentenalmanak | 482 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1963
Studentenalmanak | 482 Pagina's