Studentenalmanak 1963 - pagina 333
Aesopus en het baldadige ventje
naar Phaedrus' Fabels
boek n i fabel 5
Een kleine schobbejak,
zo'n jog met een versleten pak,
zag eens Aesopum lopen.
Natuurlijk grijpt hij fluks een steen,
mikt - gooit - en loopt dan schielijk heen.
Maar onze wijze man
heeft het kereltje gesnopen,
en roept zo hard hij kan:
Wat een keurig schot, zeg!
Een stuiver voor de mikker!
Mijn beursje is niet dikker,
maar zie je daar die dikke man?
Die heeft veel geld, en nog meer te zeggen,
en zal vast een passend geldje
in jouw schutterskunst beleggen.
Het jog waagt het an,
en knallend ketst het keitje op de kop.
Maar waar geloofde hij toch an?
Want het werd een strop:
het doelwit roept politie aan,
het jongetje moest meegaan.
Hem hielp geen smekementje:
Ze kruisigden het ventje.
moraal:
Succes, waarop vaak iemand bralt
heeft soms voorgoed de lust vergald.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1963
Studentenalmanak | 482 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1963
Studentenalmanak | 482 Pagina's