Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Studentenalmanak 1963 - pagina 299

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Studentenalmanak 1963 - pagina 299

2 minuten leestijd

— Kom je gauw weer ? . . . ik hou van je.

Ze nam zijn hoofd tussen haar handen en zoende hem.

— Daag.

— Ik kom wel, denk ik, zei de jongen.

Het meisje hield nog even zijn arm vast.

— Niet zo piekeren hoor.

De jongen stond buiten. De straat was vol geluid. Het meisje was weer naar

binnen gegaan.

— Godverdomme, zei de jongen.

— Het komt goed uit dat ik je zie, zei meneer Krans. Kom mee, misschien

gaat het vanavond gebeuren.

— Godverdomme, zei de jongen en hij keek naar de straat vol mensen en

fietsen en autoos.

— Wat zeg je, vroeg meneer Krans.

— Ik voel me rot, zei de jongen. Ik vloek. Ze zeggen dat het oplucht.

— Kom mee, zei meneer Krans, het is belangrijk. Ze gaan misschien staken

in de haven vanavond. We moeten in de stad zijn. Dit is een kans.

— Wat moeten we tegen de mensen zeggen, vroeg de jongen. Ik weet niets

meer, ik verlies alles wat ik ben. Wat moet ik de mensen vertellen ?

— Waarvoor ze staken, zei meneer Krans, of waarvoor ze niet staken.

De jongen liep mee in de richting van de binnenstad.

— Ik denk dat ik morgen naar de kapper ga, zei hij.

De lantaarns waren aangegaan. Het kleine meisje zat nog op de stoep. Er

waren niet veel mensen meer op straat. Af en toe kwam er een auto langs,

met kleine lampen van voren. Hij zoemde, als hij voorbij kwam en ze keek

hem na tot de roodontstoken achterlichten verdwenen waren om de hoek van

de straat. Over het trottoir liep een man met een donkerbruine regenjas. Hij

had geen hoed op, zijn jas hing los. Hij was al een paar keer langs gekomen

en een keer had hij naar haar geknipoogd. Nu stond hij op de hoek van de

straat en keek, net of hij op iemand wachtte. Toen draaide hij zich om en

kwam weer haar kant op. Hij keek naar haar en dan weer de straat in, naar

een grote auto die er aan kwam. Toen ging hij even in de etalage van de boek-

winkel kijken. Het werd weer stil in de straat en het kleine meisje zag dat de

293

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1963

Studentenalmanak | 482 Pagina's

Studentenalmanak 1963 - pagina 299

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1963

Studentenalmanak | 482 Pagina's