Studentenalmanak 1963 - pagina 269
niet veranderd, maar wel die van de oorsprong. Grotius constateert daar alleen
het feit dat het gezag der koningen van God op hen is neergedaald. Van een
historische ontwikkeling, doordat de oorspronkelijke gouden eeuw der mens-
heid verdween en heel andere tijden aanbraken, van een koningschap op
grond van het volksbesef dat er een koning moet zijn, is dus geen sprake. Is
dat een ove/gang van Grotius' jeugdig politieke denken tot zijn rijpere gedach-
ten over het koningschap? Daar lijkt het heel weinig op. Veeleer doet deze
passage denken aan wat Arend van Buchell, de bekende geleerde (1565-1641),
ons in zijn dagboek, zijn Diarium, d.d. 27 mei 1598 meedeelt: „Reversus ex
Franco-Gallia Hugo Janus Grotius, adolescens non indoctus, qui Bernevel-
tium fuerat comitatus; hic nescio quid carmen regi exhibens, aurea ab eadem
cathena donatus est." ,,Uit Frankrijk keerde Huig Jan de Groot terug, een
jongeman van een grote eruditie, die Oldenbarnevelt vergezeld had. Die
heeft de koning een of ander gedicht aangeboden en werd toen door
deze met een gouden keten begiftigd." Dit gedicht zou de Rex Galliarum wel
eens kunnen geweest zijn, want het stuk prijst Frankrijk en zijn vorst in zeer
levendige heroische verzen en is voor zulk een doel uitnemend geschikt:
Non aliter quam cum
auricomus radiat POST NVBILA PHOEBVS;
Sic nunc laetus agros, et praedia tuta revisit
Rusticus, atque oneri properat submittere tauros;
Quin etiam teneri redeunt ad prata iuvenci,
Lanigerique greges, et amantes saxa capellae.
Et colit assiduus potandas vinitor uvas,
Perque vias cantat gravida cum merce viator,
Nee timet armatas antiqua pericula dextras,
Praedonumque genus; redit et sua cuilibet urbi
Gloria, et antiquum reparat sibi Gallia honorem.
„Zoals wanneer na het optrekken der NEVELEN de ZON met gouden lok-
ken alles overstraalt, zo ziet de landman, verblijd, zijn boerderij, zijn akkers
weer veilig en haast hij zich de ossen onder het juk te brengen. Ook keren de
jonge pinken naar de weiden terug, samen met de kudden wollige schapen en
de geiten die van de rotsen houden. Onvermoeid teelt de wijnbouwer de drui-
267
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1963
Studentenalmanak | 482 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1963
Studentenalmanak | 482 Pagina's