Studentenalmanak 1963 - pagina 260
/
/
dige Grotius, voor die reis aanbevolen en hem ook in Frankrijk, per brief,
de weg gebaand. Zo stond deze dan begin april 1598 tegenover Hendrik IV,
die zich uitermate verbaasde over de intelligentie en schrikbarende kennis van
het nauwelijks de kinderschoenen ontwassen jongmens. Op zwierige vroeg-
i8e-eeuwse manier doet de uitgebreide Grotius-biografie door Brandt en Van
Cattenburgh ^) het verhaal van die merkwaardige ontmoeting, waarbij Huig
in „een cierelijke Harangue" Zijne Majesteit mocht toespreken: ,,De juist-
heid van zyn oordeel, schranderheit zynes verstants, bevalligheit van redenen
en zyn onvergelykelyke geleertheit, die in zoo jonge jaren uitblonk, bekoorden
's Konings hert in dier voegen, dat hy hem met een gouden keten daer zyn
Koninglyk beeltenis aen hing, beschonk ^). Ook verhaelt men, dat zyne Ma-
jesteit, op dat pas met den vinger op hem wyzende, ten aenhooren van ver-
scheide Hovelingen, zich liet ontvallen: Voy la Ie miracle d'HoUande! Ziet
daer het Wonder van Hollandt! Op den voorslag van zyne Majesteit van hem
Ridder te maken en te veredelen, gaf de jonge de Groot zeker persoon, die
hem dit quam aendienen, tot bescheid, dat hy zyn eigen geslacht dat ongelyk
niet wilde hebben aengedaen en den Koning bedankte *)."
Een tweede succes van Grotius op die reis was zijn promotie tot doctor in de
„burgerlijke "rechten aan de Universiteit van Orleans, hetgeen hem gerech-
tigde om „alles te doen 't geen tot het Doctorschap in het Burgerlyk Recht
zoo hier als elders gerekent wordt te behoren." De doctorsbul, in bijzijn van
2 Historie van het leven des Heeren Huig de Groot, beschreven door Caspar Brandt
en vervolgt door Adriaan van Cattenburgh, Dordrecht-Amsterdam, 1727^, p. 11
(1732^, eveneens p. 11). De eertijds vaak zeer uitgebreide boekentitels zijn hier meer-
malen een weinig bekort.
3 Dit gebeurde in werkelijkheid pas kort voor het vertrek van het gezantschap uit
Parijs; en ook drie anderen, waaronder Reinier, kregen zulk een keten. Zie ook
hierna p. 267.
4 Het geslacht De Groot bekleedde reeds in de middeleeuwen te Delft regerings-
ambten ; ook dachten Grotius en zijn vader dat het geparenteerd was met een adellijk
geslacht Van Crayenburch. Hun tak zou bovendien afstammen van een adellijk
Frans geslacht Cornets, met de Oranjes verwant. Zie E. A. van Beresteyn, Genea-
logie van het geslacht De Groot, p. 106 (in: Grotius-tentoonstelling te 's-Gravenhage,
13-28 juni 1925, p. 104-111); en W. S. M. Knight, The Life and Works of Hugo
Grotius, Londen 1925, p. 6-8 (niet critisch genoeg!).
258
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1963
Studentenalmanak | 482 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1963
Studentenalmanak | 482 Pagina's