Studentenalmanak 1966 - pagina 405
(verkeersplein)
Een groot verkeersplein in de late avond.
Het oranje licht van de hoge koude lantarens vloeit uit in de steeds
dichter wordende mist. Van tijd tot tijd doemen koplampen op. Ik ben
moe.
In de verte het flauwe afschijnsel van een stad, een koude, zielloze stad.
's Middags heb Ik er rondgewandeld, mijn koffertje onder de ene arm,
mijn ziel onder de andere. Ik heb koffie gedronken in het centrum,
slechte koffie, ik ben naar de bioscoop geweest, heb gekeken naar een
hartverscheurende film. Daarna heb ik een tijd lang naar de lelijke fan-
tasieloze fontein op een groot plein staan staren. Het regende en ik
kreeg een raar gevoel in mijn maag. Niets is droeviger dan een fontein
in werking terwijl het regent.
En nu hier staan liften, wie zal zeggen hoe lang al. Ik weet niet hoe laat
het is. M'n horloge is gestolen in het badhuis. Ik had niet gedacht dat
daar zoiets kon gebeuren. Ik hield van dat huis, het was er altijd warm
en vol stoom, het rook naar goedkope zeep en men zong er. Mensen,
die nergens ooit gezongen zouden hebben, zongen daar. De kust. Ik
moet naar de kust. Het is maar 50 kilometer. Dikke automobilisten met
havanna's in hun smoel rijden aan mij voorbij. Waar zij vandaan komen
laat me koud. Ik weet zelf ai nauwelijks waar ik vandaan kom. Waar
ze heen gaan is voorlopig duidelijk: dat is de richting die ik ook uit
moet. Ze kijken me recht in de ogen, soms.
,,Kijk, een lifter", zeggen hun liefjes, ,,een bedelaar, geef maar lekker
gas. Wij zijn saampies en wij gaan dadelijk leuke spelletjes doen". Ze
draaien de radio wat meer open en zakken wat dieper weg in hun met
imitatieleer beklede banken; dij aan dij rijden ze verder. Ik kan cre-
peren, hier in het bermslijk. Goed, ik ben bereid. Ik ga door mijn knieën
en vouw mijn handen op mijn valies. Even kijk ik naar boven, recht in
een onpersoonlijk oranje oog van een cycloop, wat verder op andere
cyclopen, niet eens wraakzuchtig of moordlustig, alleen maar dodelijk
verveeld, passief: wij redden je niet, wij trappen je ook niet. Ik ben te
moe om bang te zijn, maar toch breekt het zweet mij uit. Het lijkt of
mijn lichaam zich over de gehele oppervlakte langzaam opent. Dan staat
zij daar in de verte, plotseling.
397
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1966
Studentenalmanak | 506 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1966
Studentenalmanak | 506 Pagina's