Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Studentenalmanak 1966 - pagina 405

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Studentenalmanak 1966 - pagina 405

2 minuten leestijd

(verkeersplein)

Een groot verkeersplein in de late avond.

Het oranje licht van de hoge koude lantarens vloeit uit in de steeds

dichter wordende mist. Van tijd tot tijd doemen koplampen op. Ik ben

moe.

In de verte het flauwe afschijnsel van een stad, een koude, zielloze stad.

's Middags heb Ik er rondgewandeld, mijn koffertje onder de ene arm,

mijn ziel onder de andere. Ik heb koffie gedronken in het centrum,

slechte koffie, ik ben naar de bioscoop geweest, heb gekeken naar een

hartverscheurende film. Daarna heb ik een tijd lang naar de lelijke fan-

tasieloze fontein op een groot plein staan staren. Het regende en ik

kreeg een raar gevoel in mijn maag. Niets is droeviger dan een fontein

in werking terwijl het regent.

En nu hier staan liften, wie zal zeggen hoe lang al. Ik weet niet hoe laat

het is. M'n horloge is gestolen in het badhuis. Ik had niet gedacht dat

daar zoiets kon gebeuren. Ik hield van dat huis, het was er altijd warm

en vol stoom, het rook naar goedkope zeep en men zong er. Mensen,

die nergens ooit gezongen zouden hebben, zongen daar. De kust. Ik

moet naar de kust. Het is maar 50 kilometer. Dikke automobilisten met

havanna's in hun smoel rijden aan mij voorbij. Waar zij vandaan komen

laat me koud. Ik weet zelf ai nauwelijks waar ik vandaan kom. Waar

ze heen gaan is voorlopig duidelijk: dat is de richting die ik ook uit

moet. Ze kijken me recht in de ogen, soms.

,,Kijk, een lifter", zeggen hun liefjes, ,,een bedelaar, geef maar lekker

gas. Wij zijn saampies en wij gaan dadelijk leuke spelletjes doen". Ze

draaien de radio wat meer open en zakken wat dieper weg in hun met

imitatieleer beklede banken; dij aan dij rijden ze verder. Ik kan cre-

peren, hier in het bermslijk. Goed, ik ben bereid. Ik ga door mijn knieën

en vouw mijn handen op mijn valies. Even kijk ik naar boven, recht in

een onpersoonlijk oranje oog van een cycloop, wat verder op andere

cyclopen, niet eens wraakzuchtig of moordlustig, alleen maar dodelijk

verveeld, passief: wij redden je niet, wij trappen je ook niet. Ik ben te

moe om bang te zijn, maar toch breekt het zweet mij uit. Het lijkt of

mijn lichaam zich over de gehele oppervlakte langzaam opent. Dan staat

zij daar in de verte, plotseling.

397

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1966

Studentenalmanak | 506 Pagina's

Studentenalmanak 1966 - pagina 405

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1966

Studentenalmanak | 506 Pagina's