Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Studentenalmanak 1966 - pagina 385

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Studentenalmanak 1966 - pagina 385

3 minuten leestijd

Ondankbare. Als een moeder heb ik om je geworsteld. Ik heb onder je

geleden. Ik heb alles geduld, alles me laten zeggen, over me heen laten

gaan. Opdat er tenminste bij al dat doldrieste, onzinnige, wufte, ge-

waagde geschrijf, nog iets van je terecht zou komen. En jij? Het felste

wapen dat ik ken, het puntje van jouw gauwe pen, was tegen mij ge-

richt, je eigen trouwe, edele onderwerp (een snik die me door merg

en been gaat), een onderwerp waar velen hun penhouders naar zouden

likken, ja afkluiven t o t op het bot. Wat was er niet van mij te maken

geweest. Het Onderwerp op z'n verhevenst, op z'n rijkst, alle onder-

werpen in zich bevattend. Dat heeft Goethe begrepen (zeker nooit een

letter van gelezen?) En Lodewijk van Deyssel: ,,lk houd van het proza,

dat als een man op mij afkomt." Nu, ik kwam altijd mee, dat verzeker

ik je. Anders zag het er voor die man niet best uit. Soms vroeg hij eerst

even naar mij. Ik mocht me dan aan hem voorstellen. Hij was een echte

heer, Lodewijk. Modieus gekleed. Roos in zijn knoopsgat. Een enkele

keer was hij grof. ,,Onaangenaam" zei hij dan, als ik mij voorstelde.

En dan was ik verder lucht voor hem. Maar meestal was het: ,,Aange-

naam", ook al vond hij mij wat onbeduidend. Ik mocht dan naast hem

zitten. „Let op, daar komt er weer een", zei hij, zijn lippen likkend.

Als de prozaman er dan eenmaal was, verslond hij hem, met huid en

haar. Hij lustte ze. Ja, Lodewijk was een fijnproever . . ."

Het Onderwerp geeft zich over aan zijn herinneringen en schijnt op

zijn beurt mijn aanwezigheid vergeten. Soms glimlacht het afwezig, of

murmelt iets half verstaanbaars. ,,lk ben een zot in 't diepst van mijn

gedachten . . ." fluistert het, met kennelijk welbehagen. Zeker een ge-

liefd citaat. Wacht es, was dat niet een beetje anders? Kleine geheugen-

stoornis. Het Onderwerp wordt oud. Hoe oud zou het Onderwerp wel

zijn? Zou ik het durven te vragen, straks? In elk geval heeft het de

eeuwen getrotseerd. Het moet Zeno nog gekend hebben. Misschien

heeft het nog verstoppertje gedaan in de tuin van Epicurus. Daar was

het reuze gezellig. Epicurus: „Dames en heren, Chairete! Ik heb een

droevige mededeling: ons Onderzoek is zoek. Wat moeten we nu be-

ginnen? Het heeft zich verstopt. Wie het vindt mag het opgeven. Wie

het niet vindt ook. Eén, twee, drie! Zoeken!" Het Onderwerp grinnikt.

Het raakt steeds meer in zichzelf verdiept. Zotte gedachte. Enfin, hoef

ik het zolang niet te doen. Misschien gaat het nog eens mémoires schrij-

377

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1966

Studentenalmanak | 506 Pagina's

Studentenalmanak 1966 - pagina 385

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1966

Studentenalmanak | 506 Pagina's