Studentenalmanak 1966 - pagina 379
evidentie - enargeia - overtuigde van haar waarheid. Wie er zó een had,
die kon er rustig ja tegen zeggen: zij betekende de waarheid zelve, on-
bedriegelijk. Dat jazeggen moest dan ook inderdaad nog wel gebeuren,
anders was de zaak niet compleet. Dat heette dan de sygkatathesis.
Welnu: wat Luther kreeg was een on betwijfel bare kataleptische voor-
stelling, met een behoorlijke dosis enargeia. Toen móést hij wel jazeggen.
Een krachtiger ja, een nadrukkelijker sygkatathesis was niet denkbaar
dan zijn geep naar de inktpot. En hij smeet. Met alle energeia die in
hem was. Nog wijst men de bezoeker de vlek op de muur. Arme Zeno.
Weg kentheorie. Hij kende de duivel nog niet. Zoals Luther. Rijke
Luther. Gek, ik ben toch liever vrindjes met de domme Luther dan met
de wijze Zeno. Luther was trouwens een grote broer van me. Zeno niet.
De intern-fysische bestemmingsfunctie van de inkt om uit te stromen
effectueert zich dus niet in golven, noch in teugen, noch in klodders.
Maar in een gereguleerde, uiterst geraffineerd afgeremde uitsijpeling,
waardoor haar technische vormfunctie kan optreden: afhankelijk van de
bewegingen van de pen legt zij zich op het papier, in bewegende fijne
lijnen, in symbolische arabesken. Huiveringwekkend diep is haar po-
tentiële vermogen, als dit begint. Lang voordat de boekdrukkunst haar
ging activeren voor die befaamde tweeledige stap, hadden talloze ganze-
veren haar reeds in beide richtingen doen uitvloeien, inkt voor de hemel,
inkt voor de hel. En ook nu nog wordt steeds de drukinkt door de
schrijfinkt de pas, hetzij de ene hetzij de andere, voorgeschreven.
De inkt. Inkt is haast altijd zwart. Waaróm! En dat terwijl de kleuren-
psychologie al zó ver gevorderd is. Kijk maar naarde drie deuren in drie
kleuren in één vertrek. En naar de kleuterkiasselokalen. Zou het daar-
van komen dat de meeste geschriften zo weinig fleurig, om niet te zeg-
gen zwartgallig, zijn? Misschien bedenkt men te weinig dat zwarte inkt
van de galappel gemaakt wordt. Zwarte inkt heeft iets drukkends. Ik
gebruik altijd een warme kleur inkt. Paars, violet. Ik zou willen dat
er wijnkleurig inkt bestond. Dan zou het bovenbeschreven verband mis-
schien iets duidelijker voor de dag komen. En hoefde er misschien iets
minder gedronken te worden bij het dichten. Wat een gave brave knaap
zou misschien Francois Villon geworden zijn als hij wijnrode inkt gehad
had. Wie schrijft ziet zijn inkt. En de kleur werkt onbewust op de geest
in, hetzij in- hetzij despirerend. Hetzelfde geldt voor de lezer van het
371
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1966
Studentenalmanak | 506 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1966
Studentenalmanak | 506 Pagina's