Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Studentenalmanak 1966 - pagina 394

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Studentenalmanak 1966 - pagina 394

2 minuten leestijd

torens

(bekroond)

In het trappenhuis ruikt het al naar haar: een lucht, die hij herkent,

maar die niet te beschrijven is en die hij zich niet kan herinneren, zodra

hij buiten de draagkracht er van is.

Niet de lucht van de mens, niet de lucht van een demon, maar van iets,

wat hij tussen beiden vermoedt.

„Heb geen eerbied voor mij, doe niet zo slaafs, luister alleen, luister

naar mij." (Dat was de eerste keer, dat hij haar zag, bij toeval, ja, ge-

loof dat maar: bij toeval! Dat is eigenlijk het meest eenvoudig en wat

dan nog. Maar hij had haar natuurlijk nooit gezien, dacht hij later.

Nee, het was onmogelijk, dat hij ooit zoiets gezien had: Die wangen,

waar de rouge van jaren en jaren zich ingevreten had, die bewegende

rimpelgleuf, die eens een mond moest zijn geweest, het gebit daarin,

dat los van de kaken op en neer bewoog en af en toe ratelde, de per-

kamenten keel, het vormeloze, droge lichaam onder de kamerjas, maar

vooral de ogen, waarin zich al het vocht, dat nog op te brengen was

had verzameld en de stem, die krankzinnige kakofonie, die hem toen

hol maakte, nee, binnenste buiten keerde en daarna altijd, na die eerste

keer altijd opnieuw.)

Het bruinbeschilderde trappenhuis, hij is er nu en hij ruikt haar al,

en hij moet dus verder en hij wil het ook, hij met zijn twintig jaar.

Zo maar zonder kloppen naar binnen gaan en weten: na deze deur nog

een deur en daar achter zal ik haar zien zitten in de krakende rieten

stoel (zij beweegt onophoudelijk, ook een geheim) met de porseleinen

po er onder, midden in de kamer, niet eens aan het raam, niet eens

glurend naar het leven buiten (een andere manier van leven waarschijn-

lijk. Weer een geheim), nee, daar zittend zonder meer met een hart,

dat nog steeds klopt, handen, aparte terzijde liggende wezentjes, die

plotseling op en neer gaan bewegen en de stem, die wil weten of er si-

garetten zijn.

„Geef het pakje hier, vlug, waarom heb je me zo lang laten wachten.

Ik weet dat jij de enige bent, waarvan ik ze krijg en ik schaam mij er

niet voor."

386

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1966

Studentenalmanak | 506 Pagina's

Studentenalmanak 1966 - pagina 394

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1966

Studentenalmanak | 506 Pagina's